Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men zou dezen bundel dus kunnen vergelijken met een soortgelijken bundel, die bij het konijn beschreven is (zie fig. 691) en daar van den lateralen hoek der stria medialis ventralis thalami uit, door de radiatio ventralis thalami heen, rechtstreeks op den nucleus praebigeminalis toeloopt.

Doet men dit, dan zou men er vezels in kunnen zien, die bij den mensch de plaats innemen, welke bij het konijn door de radiatio ventralis thalami ad nucleum praebigeminalem vertegenwoordigd waren.

Want het is juist dit gedeelte der radiatio ventralis, dat door de geweldige ontwikkeling der laterale en ventrale kernen bij den mensch in sterke mate wordt verplaatst en uiteengedrongen (vergelijk ook fig. 711).

Jn fig. 710 is er alleen de vezelstreep van overgebleven, die latero-dorsaal door de laterale thalamus-kern, ventro-mediaal door de ventrale kern en mediaal door den nucleus praebigeminalis wordt begrensd. Zulk een vezelrijk middelpunt blijft ook in meer frontale doorsneden voortbestaan, ook dan, als de nucleus praebigeminalis vervangen is geworden door de mediale thalamus-kern, die er dorsaal overheen woekert.

Men is gewoon dit middelpunt, waaromheen de thalamus-kernen gevonden worden, als het „centre médian" van L u y s te beschrijven. Men ziet het duidelijk in fig. 712, waar dan de laterale kern vergezeld van de reticulaire kern lateraal, de ventrale kern ventraal en de mediale of dorsale kern dorsaal van het „centre médian" worden gevonden.

In fig. 711 is dan de nucleus praebigeminalis in volledige ontwikkeling. Deze doorsnede uit dezelfde serie als fig. 710 is slechts een twintigtal sneden van de vorige verwijderd en ligt iets meer occipitaal dan deze. Men herkent er den nucleus praebigeminalis (n. pr. bi.), aan welker mediale zijde de fasciculus retroflexus van Meynert (f. r.) wordt gevonden.

Deze kern wordt door den sterk vergrooten nucleus lateralis thalami (n. lat.) naar beneden gedrukt. Een band van merghoudende vezels, die tevens de grenslijn tusschen nucleus praebigeminalis en nucleus lateralis wordt, scheidt beide kernen vaneen. Deze band komt uit de mediale afdeeling van de stria medullaris ventralis thalami (str. me. ve.) voort en maakt van daaruit een knievormige bocht. Van de stria uit loopt zij eerst in laterale richting, dan buigt zij zich dorsaal en daarna weer in mediale richting terug. Uit dezen band gaan voortdurend vezels in den nucleus praebigeminalis over, maar tevens ziet men, dat overal uit de stria medullaris ventralis talrijke vezels ontspringen, die in dorsale richting loopen, de ventrale thalamus-kern (n. vent.) doorboren en eindigen in de mergstreep rondom den nucleus praebigeminalis. Tenslotte gaat van den lateralen hoek der stria uit een tweede band van merghoudende vezels en richt zich eveneens naar den mergband rondom den nucleus praebigeminalis.

De zeer groote ventrale kern, die zich ventraal van den n. praebigeminalis iieeft gevormd, laat niet meer toe, dat, zooals dit bij het konijn het geval is, een enkele ventrale vezelstraling langs de ventrale kern heen, naar den nucleus praebigeminalis loopt. Deze straling dringt zij uit elkander. Een groot gedeelte

Sluiten