Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hond in leven te houden (Swingle en Pfiffner) („dogunit") of bepaalde vermoeidheidsverschijnselen bij ratten op te heffen (Everse en de Fremery ; verder Koot) („rat-unit"). Hoewel deze methoden nog omslachtig en zeker nog niet nauwkeurig zijn, gelukt het, met dergelijke preparaten lijders aan de ziekte van A.ddison gedurende langen tijd in goeden toestand te houden. Over de onderzoekingen van Kendall, die er in geslaagd zou zijn uit bijnierextracten een kristallijn product te verkrijgen, waarvan 1 mg 10—100 „dog-units" moet bevatten, is het laatste woord nog niet gezegd. Verschillende gegevens wijzen er op, dat meer dan één werkzame stof in de bijnier een rol speelt.

Practische toepassing van Cortine

1. De ziekte van Addison. Van de thans beschikbare preparaten, waarvan 1 cm3 meestal overeenkomt met 50 g a ersche bijnier (hetgeen op zich zelf niets zegt omtrent de werkzaamheid!), zijn vooral in ernstige gevallen groote hoeveelheden (30 tot 40 cm3 per dag) noodzakelijk. De toediening geschiedt bij voorkeur intraveneus. Heeft men den patiënt door deze groote doses in een nagenoeg normalen toestand gebracht (ophouden van braken en diarrhoeën, herwinnen van den eetlust, vermindering van de moeheid, daling van het reststikstofgehalte in het bloed), dan kan men trachten, de dosis geleidelijk te verminderen. Sommige patiënten kan men dan met 20, 10, zelfs 5 cm3 dagelijks, in goeden toestand houden. Men geve den patiënt steeds rijkelijk keukenzout (b.v. 5 a 6 capsules met 1 g keukenzout of bouillonblokjes) en zorge, vooral wanneer er ernstige verschijnselen bestaan, voor een ruimen toevoer van vocht (bij voorkeur natrium carb. plus natr. citr.).

Wanneer de patiënt veel braakt, kan men keukenzoutoplossing en glucose ook parenteraal toedienen. Bij patiënten, die tengevolge van een te sterke vermindering van de dosis cortine weer een inzinking krijgen, heeft

Sluiten