Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan als eene donkere, hier en daar opgezwollene, nu en dan afgebiokene streep. De strepen vormen zeer regelmatige en aan elkander evenwijdige lijnen, regt of golfvormig. Zie de afbeelding. De genoemde vezels loopen niet zelden aan de uiteinden in fijnere, eenigzins ruwe fibrillen uit; zij schijnen zich ook, in de geheele lengte, in fijnere fibrillen te kunnen verdoelen, want nu en dan vertoont een dun stukje hoornvlies slechts zulke fijne strepen, die, wanneer er verscheidene lagen op elkander liggen, elkander onder regte hoeken snijden.

Vatten wij dit alles te zamen, en vergelijken wij het met die weefsels, waarvan het fijnere maaksel meer voor onze hulpmiddelen toegankelijk is, dan kunnen wij besluiten, dat het hoornvlies uit lagen gevormd wordt, en elke laag uit platte celvezels, die onvolkomen ontwikkelde kernvezels naast zich bezitten en daardoor van elkander worden afgescheiden. Do celvezels kunnen zich, even als de bundels van het bindweefsel, in fibrillen scheiden. De vezels moeten elkander in alle rigtingen doorkruisen, daar zich hetzelfde beeld in elke loodregte doorsnede van het hoornvlies voordoet. Steeds zijn de grenzen der vezels weinig scherp, gekorreld, slechts bij gedempt licht en hoofdzakelijk, door den indruk der strepen, die zij in massa vertoonen, waar te nemen.

Door behandeling met azijnzuur worden, even als in andere weefsels , ook de kernen in de cornen duidelijker. De zelfstandigheid der celvezels wordt terstond doorschijnend. Het azijnzuur, waarmede zij gedigereerd worden, wordt door bloedloogzout nedergeslagen. In kokend water zwelt het hoornvlies op, wordt wit, geleiachtig, en eindelijk opgelost. De waterige oplossing vertoont de reactiën van chondrine (Muller, Poggendorff's Annalen, XXXYJII, SI3).

De derde laag van. het hoornvlies vormt eene zeer vaste, kraakbeenachtige lamelle, de membrana Demoursii of Descemefii (1), die in alle eigenschappen met den voorsten wand der capsula lenlis volmaakt overeenkomt. Zij is volstrekt structuurloos, glasachtig doorschijnend, en wordt, even als glas, slechts door de schaduw aan de randen en op plaatsen, waar zij omgebogen is of plooi]en vormt,

(1) Van de verschillende benamingen, welke dit vlies draagt, zijn deze alleen de juiste. avrisbekg, naar wien liet dikwerf genoemd wordt, spreekt van een zeer fijn vlies, dat van de cornen op de iris overgaat, en zieli van de aelitervlal\fder i/is op de copsulct lentis voortzet. In lateren tijd werd liet gewoonlijk

1*

Sluiten