Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misschien een mengsel daaruit. Bekend is de troebelheid der lens na den dood; zij is, wanneer de lens in water bewaard wordt, binnen 6—12 uren volkomen tot stand gebragt. Zij begint in de kern ; daarna vormt er zich een concentrische kring aan den omtrek, en naar den omtrek doet het centrum zich allengs weder licht voor. Dit proces houdt Valentin (1) voor het gewone ; een paar malen zag hij echter ook als donkere kern eene driehoekige figuur, waarom zich een omgekeerde driehoek vormde, die wederom door eenen driehoek werd ingesloten, die in ligging met den eersten overeenkwam. Deze troebelheid moet men aan eene vrijwillige (?) stremming der lenszelfstandigheid toeschrijven, die, even als bij de vezelstof, na den dood begint, en ook bij eene gebrekkige voeding der lens schijnt voor te komen. Verder coaguleert zij, even als eiwit, in de hitte, door wijngeest'en zuren, echter niet tot eene zamenhangende, maar tot eene korrelige massa, even als het bloedrood. Dit wordt blijkbaar door de membranen der elementaire cellen en vezels veroorzaakt, die de gestremde eiwitdeeltjes van elkander scheiden. Overigens verhoudt zich de eiwitachtige zelfstandigheid der lens, volgens Berzelius, even als de globuline, die misschien niet meer dan een mengsel van eiwit en omhulsels der bloedligchaampjes is; kokende alkohol trekt daar eenig vet uit. Zij bevat, volgens Mulder, 0,25 pet. zwavel, maar geen phosphor, en zal dien ten gevolge uit 15 atomen proteïne en 1 atoom zwavel bestaan. Simon (2) vond kaasstof in de kristallens. Det water- en alcoholextract zijn eveneens identisch aan het water- en alkohol-extract van het bloed vocht; hare zouten zijn eveneens melkzure potasch, keukenzout, pliosphorzure kalk en eenig ijzerverzuursel. De asch bedraagt 0,005 van het gewigt der versche kristallens. Het specifiek gewigt der lens van menschen is 1,079 (CnENEVix).

Het glasachtig ligchaam kan door uitpersing in eene ligt slijr mige vloeistof en een hoogst fijn, vliezig deel gescheiden worden; door filtreren wordt de vloeistof volkomen helder; overblijfselen van het vlies, die haar slijmig maakten, blijven waarschijnlijk op het filtrum achter.

(1) V. Ajimom's Zeitsvhrift f. Oplitli. III, 331,

(2) Med. Chemie , S. 76.

Sluiten