Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de oppervlakte der laatsten bevestigd. Aan den anderen kant \eibinden zich daarmede pezen, peesvliezen en banden. Waarbeenige holten door voortzettingen van slijmvliezen bekleed worden, zoo als de voorhoofdsboezem, de kaakboezem en de trommelholte, is het bindweefsel van het beenvlies van dat van het slijmvlies niet te scheiden. liet beenvlies is veel rijker aan kernvezelen dan de fibreuze omhullingsvliezen.

5. De lunica nervea (tunica vasculosa, tunica propria) van het darmkanaal, de galblaas, pisblaas, het nierbekken en de pisleiders, en de uitlozingsbuizen van eenige andere klieren. Met den naam lunica nervea (in dien zin, waarin fibrae nerveae met peesvezelen op ééne lijn gesteld werden) duidde W illis de bindweefsellaag aan, welke zich aan het geheele darmkanaal tusschen de spierlaag en het eigenlijke slijmvlies bevindt, waarin de kringswijze spiervezels zich voor een groot gedeelte schijnen te verliezen en waardoor de vaten van de buitenvlakte des darmkanaals fijn vertakt tot het slijmvlies komen. Zij bestaat uit glinsterend witte, in de verschillendste rigtingen elkander doorkruisende bindweefselbundels, hangt van buiten met het interstitiële bindweefsel der spieren, van binnen met het weefsel van het slijmvlies zoo innig zamen, dat hunne scheiding eigenlijk zuiver kunstmatig is. Om die reden is het misschien geene fout, wanneer men het bestaan van dit vlies geheel en al ontkent en het als eene laag van vormloos bindweefsel beschouwt, die het voorkomen van een vlies slechts daardoor verkrijgt, dat zij tusschen twee vliezige lagen uitgespreid is. Bedenkt men intusschen, dat zelfs de fibreuze vliezen geene scherpe grenzen bezitten, let men op de betrekkelijk aanmerkelijke dikte, welke de laag bindweefsel vooral aan het darmkanaal heeft, dan zal er tegen hare verheffing tot een vlies zeer weinig in te brengen zijn, wanneer men daarbij in het oog houdt, dat alle fibreuze vliezen slechts verdigte bindstof zijn.

De bundels der tunica nervea bezitten slechts fijne kernvezels, zelden geïsoleerde kernen.

G. De tunica advenlilia van de vaten en de lange uitlozingsbuizen der klieren, naar buiten van hunne laag van kringswijze vezelen. Z. hieronder.

7. De sereuze vliezen. Hiervan onderscheiden wij twee soor-

Sluiten