Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en de vezels der eene laag overkruisen zich dikwijls in een regten hoek met die der volgende. Eigenaardig kenmerkend is ook in vele sereuze vliezen de groote hoeveelheid van kernvezels, die dikwijls aan hunne binnenvlakte zich tot eene zamenhangende laag vereenigen en ook in hunne mikroskopische eigenschappen het elastische weefsel zoo zeer nabij komen, dat men ze wel voor een bijzonder elastisch vlies, dat tusschen het epithelium en het bindweefsel geplaatst is, zou mogen aanzien.

Men mag echter niet uit het oog verliezen, dat de scheiding van het sereuze weefsel van het subsereuze steeds eene kunstmatige is, waarbuiten men alleen ten dienste der ontleedkundige beschrijvingen niet kan. De eenige uitzondering slechts vormen de sereuze overtreksels der gewrichtskraakbeenderen, welker bindweefsellaag streng afgescheiden tusschen het epithelium en het kraakbeenweefsel ligt.

Vele punten van verschil in de ontleedkunde der sereuze vliezen worden door deze wijze van opvatting gedeeltelijk uit den weg geruimd, gedeeltelijk verliezen zij het gewigt, dat er in het belang van zekere dogmatische beginsels aan werd gehecht. Rudolpiii's veel betwiste meening, dat de sereuze vliezen geene vaten bezitten, en dat de daaraan toegeschrevene vaten zich in het subsereuze bindweefsel bevinden (1), zou de juiste zijn, wanneer men het epithelium op zichzelf alleen voor sereus vlies verklaarde, waaraan Rudolpiii zeer zeker niet gedacht heeft.

Wat den strijd omtrent het beloop van vele sereuze vliezen betreft , zoo hebben de pogingen, om ze overal als geslotene zakken te beschrijven, vele ongegronde beweringen in de wereld gebragt. Werd er op de eene of andere plaats van eene geslotene holte een epithelium of eene laag bindweefsel gevonden, die naar een sereus vlies geleek, dan moest dit terstond een gedeelte van eenen sereuzen zak zijn. Men herinnere zich de menigvuldige sereuze zakken in de oogkamers, de verschillende beschrijvingen der arachnoïdea, en hare verlengsels in de hersenholten, enz. Daar desereuze opperhuid meestal bewegelijke, in geslotene holten opgehangene deelen overtrekt, zal zij gewoonlijk, zoo als boven reeds is

(1) Grundriss der Physiol. I, 101.

Sluiten