Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De vetcellen komen bij den mensch slechts in het losse bindweefsel voor, en wel in eene vrij wel zamenhangende laag in het onderhuids-bindweefsel, als vetrok, panniculus adiposus, verdei in het subsereuze bindweefsel, in de netten en mesenteriën, in de voren van het hart, om de nieren, enz. De panniculus adiposus is het dikst aan de voetzool, aan de billen en om de borstklieren; zij ontbreekt geheel en al slechts aan de geslachtsdeelen en oogleden. Overigens is zijne dikte zeer verschillend ; hij is bij kinderen en bi) vrouwen gewoonlijk dikker dan bij mannen. Op de buitenvlakte der synoviaalvliezen, vooral in de plooi, waar het synoviaalvlies in het kraakbeen overgaat, komt eveneens in eene grootere of kleinere hoeveelheid vet voor, en dringt het somtijds, terwijl het het synoviaalvlies als eene plooi voor zich uitdrijlt, in de holte der gewrichten in (Glandulae mucilaginosae, Havers). In eene meer parenchymateuze massa wordt het vetweefsel in den oogkuil gevonden, waar het ook bij de sterkste magerte niet geheel en al ontbreekt, in het wervelkanaal, en op vele andereplaatsen, waar onregelmatige hollen tusschen spieren moeten worden aangevuld , eindelijk in de grootere en kleinere holten der beenderen, als beenmerg (1). Grootere vetophoopingen, als het ware vetgezwellen, komen typisch bij eenige menschenrassen voor, b.v. het vetkussen boven de billen van de vrouwen der Ilottentotten. Overal wordt het met talrijke bloedvaten doorweven; grootere vetcellen worden zelfs door fijnere haarvatentakjes omsponnen en hangen door de vaten dikwijls als druiven aan een steel zamen. Yolgens Mascagni bezit elke vetcel eene slagader en ader.

De inhoud der cellen van het vetweefsel, en dien ten gevolge deszelfs hoofdbestanddeel, met betrekking tot de quantiteit, is het vet, welks scheikundige eigenschappen gelijktijdig met die der overige vetsoorten vroeger zijn besproken. Behalve het eigenlijke vet, vond Ciievreul in den reuzel eene walgelijk naar gal riekende en 'smakende gele stof (0,06 %) met chloorsodium, azijn- (melk-) zure soda, sporen van koolzuren kalk en ijzerverzuursel.

(1) Over de vetcellen in do klieren, welker afgescheidene slof vel bevat, zal bij de klieren sprake r.ijn.

Sluiten