Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

S. G5) verklaren liet vlies der vetblaasjcs voor celstof. Te regt merkt Valentin op, dat liun polyedrisclic vorm eerst na den dood door compressie ontstaat. Voor de gelijkvormige, niet vezelige structuur van liet vliesje verklaarde zich cl'lil.t Phys. 1837, S. 19). De vezels op de oppervlakte van hetzelve schrijft liij aan liet aanhangende bindweefsel toe. Iloe juist hij gezien heeft, bewijzen ten laatste de onderzoekingen van Schwann (Mikrosk. Vnters. 1839, S. 140), waardoor de beleekenis van dit vliesje, als een celvlies, opgehelderd en de aanwezigheid van den cytoblast, ten minste bij lagere gewervelde dieren en in vroegere levenstijdperken der hoogere, is bevestigd.

OVER HET ELASTISCHE WEEFSEL.

MAAKSEL.

Het elastische weefsel is na aan het bindweefsel verwant, niet alleen door zijne chemische en physische eigenschappen, maar ook door de wijze, waarop het in het ligchaam voorkomt, daar z'jne elementen na eens verspreid in andere vormsels zijn ingeweven , dan weder in massa tot platte banden en vliezen vereenigd ziin . welke zich dnnr hunne helnnoriike vpèrkrnr.htiorTieirl en. wnn-

y.-j-» 0 — ;

neer zij eene zekere dikte bezitten, door hunne gele kleur reeds bij eene oppervlakkige beschouwing genoeg van andere weefsels onderscheiden.

De elementen van dit weefsel, die men aan de gele banden der wervelkolom gemakkelijk isoleren en waarnemen kan , onderj scheiden zich gemakkelijk van de eigenlijke bindweefsel-flbrillen, moeijclijk van de kernvezels (1), die de uit bindweefsel gevormde organen doortrekken en tusschen de bundels van het bindweefsel heenloopen. Even als deze blijven zij in azijnzuur onveranderd en vooral kenbaar aan hunne scherpe, gladde, meestal donkere randen. Zij zijn, even als de kernvezels van het bindweefsel, van eene zeer verschillende dikte, en de dikkeren hebben het voorkomen van

(1) Gdnther (Lehrb. il. Phys. p. 365) verklaart zich voor de identiteit der elastische en kernvezels. Harting (Recherches, p. 57) gelooft de elastische vezels als bundels te moeten beschouwen, daar zij niet zoo als de bindweefsel-fibrillen en soortgelijk als de bindweefselbnndels, bij volwassene dieren dikker zijn dan bij jonge. Vert.

Sluiten