Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dommelijke, gekorrelde, van buiten met kleine moleculen bezette ■vezels door ineensmelting van primaire cellen gevormd worden. Van elastische vezels zou aanvankelijk nog geen spoor aanwezig zijn. Zij verschijnen eerst later, en nemende vroegere, afgeplatte, in hare wanden gekorrelde cellen tusschen zich, ontstaan dien ten gevolge, zoo als Yalentin aanneemt, óf als eene circumpositiezelfstandigheid, óf op soortgelijke wijze als de beenzelfstandigheid met hare tanden in het kraakbeen voortdringt. Gerber (1) beschouwt de tusschencelstof als de grondlaag der elastische vezels. De oorspronkelijke elementaire cellen zouden zich namelijk in de rigting der oorspronkelijke vezeling verlengen, plat en spilvormig worden, zonder zich intusschen onder elkander te verbinden. Er ontstaat tusschen de cellen een net van tusschencelstof, die zelfstandig georganiseerd wordt, terwijl de cellen pf verdwijnen óf blijven. Het komt hem echter waarschijnlijk voor, dat er zich ook in de tusschencelstof eerst holle cellen vormen, die tot elastische vezels ineenloopen. Door de vergelijking met de ontwikkeling van het bindweefsel en deszelfs kernvezels wordt nog eene andere hypothese aan de hand gedaan. De door Valentin waargenomene, uit ineengesmoltene cellen gevormde vezels zouden aan de bundels van het bindweefsel, de elastische vezels aan deszelfs kernvezels kunnen worden tegenovergesteld, die, zoo als boven is aangetoond, zich eveneens tusschen de bindweefselbundels ontwikkelen. Daar deze uit de kernen ontwikkeld worden, zoo zou per analogiam eene soortgelijke wijze van ontstaan voor de elastische vezels kunnen worden aangenomen. Bij de groote verwantschap tusschen de kernvezels van het bindweefsel en de elastische vezels en den allengs plaats grijpenden overgang van de eerste tot de laatste zou men tot het besluit kunnen komen, dat het elastische weefsel slechts een gewijzigd bindweefsel is, in dier voege, dat bij de eenvoudige, met bindweefsel vermengde el'astische vliezen de insterstitiële kernvezels slechts toevallig als eene bovenste, zamenhangende laag ontwikkeld worden, terwijl zij daarentegen in de gele banden allengs de overhand verkregen hebben en eindelijk het ingehulde bindweefsel volkomen hebben verdrongen. Ook bij de be-

(1) Allg- Aiiat.. s. 119.

Sluiten