Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingsmiddelen, dat zij verkleind en opgelost worden, en eenen zoodanigen vorm verkrijgen, waardoor elk organisch element met de versche voedingsvochten in aanraking kan komen. Zeer algemeen komen zij daarom Lij de dieren in eene inwendige holte, het spijsverteringskanaal, en worden van daar, voorzoo ver zij gebruikt kunnen worden, door het ligchaam verspreid. Dit schijnt bij eenige dieren door onmiddellijke vertakking van het spijsverteringskanaal te geschieden, zoo als bij de hydrae, de polygastrische infusoriën, lintwormen, medusen (?). De inhoud dezer holte wordt, nadat hij het ligchaam doortrokken, assimileerbare stoflen afgegeven en afgestootene opgenomen heeft, óf wederom door den mond óf door eenen anus ontlast. De opneming van zuurstof (ademhaling) kan mogelijk door de huid of, bij de medusen, door de maagwanden plaats hebben, daar de maagholte slechts door zeer dunne wanden van dc ademholten gescheiden is. Wanneer men uit de nog op dit oogenblik zeer gebrekkige onderzoekingen over de planariën en trematoden een besluit trekken mag, dan gaat bij deze dieren het voedingsvocht uit de laatste takken van het vertakte darmkanaal onmiddellijk in een vaatstelsel over, en wordt, nadat het door het ligchaam is rondgevoerd, bij de trematoden door een eigendommelijk afscheidingswerktuig aan het achterste uiteinde van het ligchaam weder uitgestooten. Bij de meeste en met name bij de hoogere en beter gekende dieren echter ontspringt er op de binnenste wanden van het darmkanaal een op zich zelf gesloten stelsel van buizen, waarin de voedingsvochten niet door opene mondjes, maar door imbibitie of opslorping overgaan; zij komen door tusschenkomst van dit stelsel van buizen in een bijzonder orgaan, de kieuwen of longen, met de zuurstof van het water of de lucht in aanraking; zij verspreiden zich door het geheelc ligchaam, en worden, nadat zij door de stofwisseling met de vaste deelen onbruikbaar geworden zijn, niet in massa weder uit het ligchaam verwijderd, maar deels op nieuw aan den invloed der zuurstof blootgesteld, deels door tusschenkomst van bijzondere organen in eene zekere mate gezuiverd. Zulke organen zijn de klieren, of, om algemeener te spreken, de afscheidende vliezen, wier elementaire deeltjes, even als alle andere, zich uit het voe-

Sluiten