Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dingsvocht met bepaalde stoffen doortrekken, maar vervolgens hunnen inhoud buiten de grenzen van het organisme naar buiten uitstorten.

Het is hier niet de plaats, om verder toe te lichten, op hoe zeer uiteenloopende wijzen de voedingsvochten dezen hunnen loop door het ligchaam volbrengen. Eene vereenvoudiging dezer laatste is ook bij het meest ontwikkelde organisme daardoor tot stand gebragt, dat de op nieuw opgenomene voedingsstoffen niet regtstreeks tot de ademhalingswerktuigen komen, maar met de uit het ligchaam terugkeerende vochten. Daarmede komen zij bij den mensch en de dieren, die hem het meest nabij komen, in het regter hart, en van daar gaan zij naar de longen. De uit de longen terugkeerende vloeistof, het slagaderlijk bloed, verspreidt zich in het ligchaam door buizen, wier laatste takken fijn genoeg zijn, om gelegenheid te geven, dat haar vloeibare inhoud gedeeltelijk naar buiten trede en er stofwisseling tusschen haar en de omliggende zelfstandigheden plaats grijpe. Langs een dubbelen weg keert alsdan het voedingsvocht, dat zijne assimileerbare zelfstandigheden of een gedeelte daarvan verloren, en sloffen, die uitgestooten moesten worden, opgenomen heeft, naar het hart terug, deels in onmiddellijke voortzettingen van de laatste vertakkingen der slagaders, die zich weder tot stammen vereenigen, namelijk in de aders van het ligchaam, deels in bijzondere buizen, die, waarschijnlijk eveneens als geslotene buisjes ontslaande, in het parenchyma der organen wortel vatten. Dit zijn de lymphe-vaten. Zij nemen het vloeibare gedeelte van het voedingsvocht op, dat bij de voeding buiten de wanden der vaatvertakkingen getreden is, misschien ook andere vloeibare stoffen, die middellijk, uit de elementaire deeltjes der organen, in de holten van het ligchaam in de tusschenruimten van paren* chymateuze organen afgezet worden. De lymphevaten komen echter, nadat zij zich tot stammen vereenigd hebben, eindelijk weder met de aders van het ligchaam vóór hare inmonding in het hart bijeen; het grootste gedeelte daarvan verbindt zich nog vroeger met de chylvaten, en zoo vormen lymphe- en chylvaten te zamen slechts een stelsel, het watervaatstelsel in ruimeren zin.

De uitscheiding van het onbruikbare geschiedt gedeeltelijk reeds uit het aderlijk bloed in de longen, gelijktijdig met de opneming

Sluiten