Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sel. «ij nuchtere dieren is de chyl nagenoeg helder; weinig troebel is zij na het genot Tan vloeibaar eiwit, vezelstof, lijm, zetmeel, kleefstof; sterk troebel na het genot van melk, beenderen, vleesch; het sterkst na het gebruik van boter (1). Onder het mikroskoop doet zich het vet voor in den vorm van groote, vlakke droppeltjes en kleine, kogelronde, of eenigzins onregelmatige, heldere en doorschijnende kogeltjes met donkere randen, van zeer uiteenloopende grootte, van naauwelijks meetbare kleinheid tot 0,008 " doormeting; zij worden in aether opgelost, maar zouden zich na de verdamping van den aether weder vertoonen (Schultz). Hunne hoeveelheid is des te grooter, naarmate de chyl inelkachtiger is; zij is het grootst vóórdat de chyl door de klieren is heengevoerd ; bij dieren, die gevast hebben, worden er in de vaten aan gene zijde der klieren nagenoeg geene meer gevonden (2). Daarentegen schijnen, bij eene zeer vette en rijkelijke voeding, de vetkogeltjes onveranderd tot in de bloedvaten te geraken. Daarvoor pleiten vele gevallen van een melkachtig aanzien van het bloed bij zogende dieren (5).

Behalve de vetkogeltjes komen er in de chyl nog andere mikrosko-

(1) TlEDESUNN cn GMELIN, t. a. p. II, 85.

(2) C. II. Scjiuitz, Circulalion, S. 39.

(3) J. Muller, Pht/siul. 1, 2G0.

[II. MüLLER [Zeitschr. ƒ. ralion. Medicin. 1815, lid. III, p. 204) maakte gelijktijdig met Nasse (z. hl. 11G) zijne onderzoekingen omtrent de mikroskopischc bestanddeelen van chyl en lymphe hekend. Zij komen in vele punten daarmede overeen; maar vele resultaten dcrzelve zijn stelliger dan die van Nasse. Behalve door het groote aantal van waarnemingen zijn zij ook van alle vroegere onderzoekingen gunstig onderscheiden door de groote zorg, waarmede liet voorkomen der chyl in de verschillende streken van het watervaatstclsel werd vergeleken. Omtrent het vetgehalte der chyl blijkt daaruit, dat in de vcrsche of zuivere chyl het vet gewoonlijk slechts in den vorm van hoogst kleine en gelijkvormige, lichte, stofachlige deeltjes bevat is, die de vloeistof gelijkmatig troebel maken, en dat grootere vctblaasjes, van den vorm der pigmentmoleculen tot aan de groote, ronde en onregelmatige droppels, meestal óf toevallige bijmengselen óf door incenvloeijing der moleculen ontstaan zijn. Dit ineenvloeijen wordt door water, vooral wanneer de chyl vooraf eenigzings ingedroogd was, en door azijnzuur | in het leven geroepen: aether lost de moleculen op. Ten gevolge van deze rcactiën bestaan de moleculen uit vet en een eiwitachtig omhulsel, dat ze voor incenvloeijing beveiligt, door uitdrooging berst, door azijnzuur en somtijds ook door

Sluiten