Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vuld. Nasse houdt het niet voor waarschijnlijk, dat zich uit deze ligchaampjes de kern heeft losgemaakt. Op gronden, die wij later zullen ontwikkelen, mag men vermoeden, dat zij binnen in het blaasje is opgelost.

De tot hiertoe medegedeelde waarnemingen zijn aan de groote bloedligchaampjes der kruipende dieren gedaan en daaraan gemakkelijk bevestigd te zien. Het onderzoek van de bloedligchaampjes der zoogdieren en des menschen is wegens hunne kleinheid niet zoo gemakkelijk. De schil en de kleurstof schijnen zich scheikundig evenzoo te gedragen, als de schil en de kleurstof der lagere dieren, inet uitzondering misschien alleen, dat zij iets langer aan de veranderingen, die zij in water ondergaan, weerstand bieden (hewson). Ook komen er enkelen voor met eene kern, die door water en azijnzuur zigtbaar kan worden gemaakt. In verreweg het grootste aantal echter sluit de schil geene kern in. Hoe het komt, dat desniettemin ook deze zich kunnen voordoen alsof er kernen aanwezig waren, zal ik zoo aanstonds opgeven.

Wanneer men de bloedligchaampjes met wei of zoutoplossing onderzoekt, en de vloeistof door verdamping meer wordt zamengedrongen, dan blijven de ligchaampjes plat, maar krijgen een korrelig, aan den rand als het ware getand aanzien (PI. IV, fig. I, C) en worden steeds kleiner, buiten twijfel door eene ongelijkmatige doorzweeting van hunnen inhoud en eene ongelijkmatige zamentrekking der omhulsels, want met bijvoeging van water of serum kan men den gladden vorm weder herstellen. Hetgeen zich aan den rand als tanden voordoet, vertoont zich, van de vlakte gezien, als een korreltje, waarvan niet gemakkelijk te zeggen is, of het van builen op het ligchaampje geplaatst, dan wel binnen hetzelve bevat is; dikwijls ontstaan er verscheidene korreltjes in eenen kring, zoodat zij gezamenlijk den omtrek van eene groolere, centrale of excentrische kern vormen, lleeds de onregelmatigheid der vormen moet in dit opzigt twijfel doen ontstaan, en de dwaling wordt uitgemaakt, zoodra inen de bloedligchaampjes heen en weder laat bewegen, waarbij de korreltjes aan den rand komen te staan

(Fig. l,C,b).

Een andere grond voor misvatting is daarin gelegen, dat de bloedligchaampjes zeer spoedig na de uitvloeijing óf aan den rand

II. 10

Sluiten