Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat deze ligchaampjes niet, zoo als de laatst genoemde kleurlooze bloedligehaampjes van den kikvorsch, door metamorphose uit de gekleurde bloedligehaampjes ontstaan, is tamelijk zeker, want men kan niet wel aannemen, dat zich in de cellen, wanneer zij toevallig in de vaten blijven zitten, naderhand eene kern vormt. Het zijn derhalve ware lympheligchaampjes, uit de chijl afkomstig, en dio in het tijdperk verkeeren, waarin zij in gekleurde bloedligehaampjes worden veranderd. Want dat zij allengs daarin overgaan, kan wel niet regtstreeks worden waargenomen, maar het is mij toch, zoo als boven gezegd is, dikwijls voorgekomen, dat er zich onder een hoopje oogenschijnlijk aan elkander zeer gelijke, gekleurde bloedligehaampjes, na behandeling met azijnzuur, eenige kernhoudende bevonden, die ook niet grooter waren dan de gekleurde bloedligehaampjes. In deze was de kern steeds eenvoudig, waaruit ik het besluit opmaak, dat zij eenen lateren ontwikkelingslrap vormen dan de grootere doorschijnende lympheligchaampjes. De gekleurde bloedligehaampjes met kernen vormen den overgang tusschen lympheligchaampjes en rijpe en kernlooze bloedligehaampjes.

Daarentegen komen er somtijds in versch bloed korrelige en bleeke bloedligehaampjes voor, die op het eerste gezigt overeenkomst bezitten met lympheligchaampjes, en derhalve niet eerst door de methode van onderzoek kunnen zijn voortgebragt. Door azijnzuur worden zij eerst glad en eindelijk opgelost, zonder eene kern achter te laten. Volgens Donnè (1) zijn zulke ligchaampjes wit en sphaerisch, zonder kern, grooter dan bloedligehaampjes, en vooral talrijk in het bloed van waterzuchtigen. Deze soort komt waarschijnlijk overeen met de door stagnatie veranderde bloedligehaampjes van den kikvorsch (2).

1) Archiv gén., 1838,-T. I, p. 125.

(2) Volgens Al. Donnê (Cours de microscop. 1844, p. 41) zettende zich kleurloozc ligcliaampjes, wanneer men geslagen Moed in een glazen huisje aan zich zelve overlaat, op de oppervlakte der roode bloedligehaampjes af en deelen aan de bovenste laag eene lichtgraauwe kleur mede. Zij laten zich van de roode bloedligehaampjes ook daardoor scheiden (p. 83), dat men een droppeltje bloed langzaam tusschen twee glasplaten laat indringen. De gekleurde ligchaampjes verspreiden zich terstond ten gevolge van hunne gladheid naar alle kanten. ter-

Sluiten