Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gens Thackrath (1), minder yaste bestanddeelen dan de later afgescheidene (2).

van de grootte: de grootte van de blaasvormige kernen der kerncellen komt juist overeen met de grootte der gekleurde bloedligcliaampjes bij de verschillende diersoorten; 2. ten opzigte van den vorm. Wel is waar zouden de kernen bij de zoogdieren inet ovale bloedligcliaampjes rond (de kameelsoorten) zijn; maar ook de bloedligcliaampjes dezer dieren zouden grootendeels rond zijn, en zoo schijnen de kernen eerst, nadat zij vrij geworden zijn, tot cene elliptische gedaante uit te groeijen. Zoo als bekend is, vertooncn de zoogenaamde gekleurde bloedligcliaampjes met betrekking tot de intensiteit der kleur zeer verschillende graden. Jones houdt de bleekcre voor de jongere, die pas van hunne cel bevrijd zijn; 3. ten opzigte van het maaksel. Hierbij uit hij de eigendommelijke en zonderlinge meening, dat de contour, die de bekende centrale depressie van bet ligchaampje omgeeft, de binnenste omtrek van den celwand, en de ruimte der depressie derhalve de holte van het ligchaampje is. Deze holte zou zich het eerst met kleurstof vullen, terwijl de wand kleurloos zou blijven (blijkbaar een optische misleiding, IIenie); later zou zich ook de dikke wand met kleurstof doortrekken.

Als onderscheid tusschen de blaasvormige kern der kcrncellen en de voltooide

(1) liiquiiy into the nature and projierties of the blood, 2d ed. Lond. 1834, p. 41, 232.

(2) Volgens Becocerel en Rooier (Nouv. recli. s. Ie sang. 184G) is de physiologische zarnenstelling der bloedwci de volgende: In 1000 dcelen zijn gemiddeld bevat 90 deelen vaste stollen, waarvan 80 albumine, 8 extraclicfstof en zouten en 2 vet. De hoeveelheid vaste stoffen in den physiologisehen toestand zou afwisselen tusschen 8G en 95, of nog meer tusschen 88 en 92. Het gemiddeld specifiek gewigt der wei zou 1027.5 zijn en het zou zich tusschen 102G,5 en 1028,5 bewegen. Het laatste bij krachtige, goed geconstitueerde en goed gevoede gezonde voorwerpen. De invloed van ouderdom, geslacht enz. zou nog niet uitgevorscht zijn.

Daar de uitgedroogde vaste bestanddeelen der bloed wei, zoowel als die van het bloed, zeer snel vochtigheid uit de lucht aantrekken, zoodat 9,0 grammen gedroogde wei, na 24 uren in eene kamer vrij gestaan te hebben, 9,638 en na 24 uren 10,755 wogen, terwijl 19,901 grammen gedroogd bloed, na 10 minuten weder gewogen, 20,067 gr. opleverden, moeten zij -«orden gewogen terwijl zij nog warm zijn.

Even belangrijk is volgens hen de verdamping van het water uit het bloed, wanneer het openstaat. Bloed, dat de lucht eene oppervlakte van 27 □ centimeters aanbood en terstond na de aderlating 13.242 gr. woog, had na2 uren 0,172 en na 24 uren 1,732 gr. vocht verloren bij eene temperatuur van 16—17° c., zoodat derhalve terstond na de aderlating het bloed 185,01 , na 24 uren echter 212,9 vaste deelen op dc 1000 geven zou.

Vert.

12 *

Sluiten