Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'bevat, die in verschillende dcelen des ligchaams voorkomen, en rekent daaronder het phosphorhoudende hersenvet, welks bestaan volgens de nieuwere onderzoekingen van Frémy nog aan twijfel onderworpen is. Lb Canu vond phosphorhoudend vet noch in de wei, noch in de vezelstof, en Berzelius gelooft om die reden, dat het de bloedligchaampjes vergezelt. De alcoholische oplossing van het vet uit het bloed kleurt het lakmoes rood; een bewijs, dat het vet zich voor een gedeelte in denzelfden zuren toestand, als na de verzeeping, in het bloed bevindt. Voor een gedeelte lost het zich ook in bijtende potaschloog op.

De hoeveelheid van het vet is, zoo als uit het voorafgegane blijkt, niet altijd dezelfde. Ciievreul (1) verkreeg uit 1000 deelen gedroogde vezelstof 40—45 deelen vet, II. Nasse (2) 57 , bij ontsteking, iets meer. In de heldere wei vond le Canu 2,0—2,8, Nasse 0,5—1,0. Bij leverontsteking bevat de wei, volgens Traill(5), 24—45 in 1000.

5. Eene kleine hoeveelheid minder naauwkeurig bepaalde dierlijke zelfstandigheid blijft, nadat de vezelstof en eiwitstof met het vet verwijderd zijn, in het bloedvocht, in verbinding met de zouten en met niet te bepalen hoeveelheden der volgende bestanddeelen achter, en wordt door verdamping verkregen. Zij is deels in alcohol, deels in water oplosbaar. Het gedeelte, dat in alcohol oplosbaar is, is volgens Berzelius de zelfstandigheid, die door koking der albumineuze bestanddeelen, derhalve door hunne ontleding, ontstaat; verder het mengsel der onder den naam oosmazoom" zamengevatte extractiefstoffen. De in water oplosbare zelfstandigheid wordt door looistof nedergeslagen, en is waarschijnlijk identisch met de andere, door koking van albumineuze bestanddeelen gevormde, in alcohol onoplosbare zelfstandigheid en het water-extract. Er blijft na de digestie eene in water en alcohol onoplosbare zelfstandigheid, een rest van gecoaguleerd eiwit over, dat vroeger door vrij koolzuur alkali opgelost was geweest.

6. Galkleurstof bevindt zich, na de boven bij dc beschrijving

(1) Magendie, Juurn. rle plujs., IV, 123.

(2) Blut, S. 350.

(3) Edinb. med. and surg. Joitm., XIX. 320.

Sluiten