Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ran dc bestanddeelen der gal aangevoerde waarnemingen van le Canu, Sanso.v , Dexis en anderen, niet alleen bij icterischen, maar ook bij gezonden in het bloed (1).

7. Pisstof, volgens de proeven van Marciiand; z. he*t scheikundig gedeelte (2).

8. Eenige riekstoffen. Denis (3) onderscheidt: a. eene knoflookachtige, aan liet vet gebondene riekstof; b. eene specilieke, in elke species eigenaardig gekenmerkte riekstof, die door eene vlugtige olie zou veroorzaakt worden, door uittrekking met kouden alkohol hierop overgaat, en na behandeling van het bloed met zwavelzuur vooral opgemerkt zou worden (4) ; eindelijk c. eene veran-

(1) In liet ossenbloed ontdekte Sanson eene eigendommelijk blaauwe kleurstof, Ilij sloeg- geslagen bloed, dat met zes deelen Mater verdund was, metloodazijn neder. De nederslag werd met alcohol uilgekookt en kleurde dezen blaauw. Gelijktijdig nam de alcohol een vet op, dat door aetlier verd uitgetrokken. De blaauwe zelfstandigheid is in water, kouden alcohol en aetlier onoplosbaar. Door loogen wordt z>j groen, door zuren weder blaauw, door chloor gebleekt.

(2) Ook Straal (Preuss. Vereinszeitung, 1 817, N°. 47) wil op de volgende wijze uit 4 oneen normaal bloed de pisstof hebben aangetoond; het bloed werd met een drievoudig volumen watervrijen alcohol vermengd, doorgezegen , en het alcohol-extract tot op ongeveer </ia verdampt; door bijvoeging van eene waterige oplossing van zuringzuur wil Strahl bij 80-voudige vergrooting onder fïet mikroskoop kristallen van zuringzure pisstof herkend hebben. Onlangs verscheen op nieuw een opstel, te zamen met N. Liererkühn uitgegeven, getiteld I/ar/isaure i/is Blut, 1848, waarvan ik nog geene nadere kennis heb kunnen nemen.

Vert.

(3) lissai, p. 156.

(4) Larrdel heeft reeds vroeger opgegeven, dat door bijvoeging van zuiver zwavelzuur uit het bloed een specifieke reuk ontwikkeld wordt, die in gereglelijke geneeskundige gevallen dienst kon doen. J. de Gravjna [Ann. unieers. iti Omodei, 1843) heeft daaromtrent nieuwe onderzoekingen bekend gemaakt, welke lot het resultaat hebben geleid, dat het bloed van den incnsch en van de verschillende dieren, onder bijvoeging van het genoemde zuur, ecnen reuk afgeeft, die met de huid- en longen-uitwaseming van den mensch en dc verschillende dieren volmaakt overeenkomt, zoodat daarnaar de onderscheiding bij eenige opmerkzaamheid en oefening niet moeijelijk kon zijn. E\en zoo gelooft Gravjna de mecning van Dénis, dat deze reuk van het bloed aan nieuw ontstaande verbindingen van deszclfs bestanddeelen met zwavelzuur zon toe le schrijven zijn, le moeien bestrijden, daar zich dezelfde reuk ook zonder zwavelzuur bij beginnende ontleding van het bloed ontwikkelt. Dc reuk van mensclienblocd zou zelfs bij verschillende individuen steeds standvastig zijn, en wel een mengsel van zuurachtigen en knoflookachtigcn reuk. bij het eene individu slechts sterker, bij andere minder.

Sluiten