Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

houding tot het koolzuurgas bevindt dan in het aderlijke, daar de zuurstof in de hoeveelheid gas, die uit aderlijk bloed verkre-

uitvloeijing uit slagaders, waaruit blijkt, dat het watcrgelialte toe- cn liet gclialte aan albumine en bloedligcliaampjes afneemt. Bij honden verkreeg hij de volgende getallen voor:

het eerst uitgevloeide het laatst uitgevloeide gedeelte. gedeelte.

■water 800 813

overblijfsel van het serum . . 66,7 63.7

bloedligcliaampjes 131,2 121.0

Zijne berekeningen zijn gemaakt volgens de methode van Aimral cn Gavarret.

IOGGIale (Cumptes rend. 1847, T. XXV, p. 110) heeft onderzoekingen in het werk gesteld, met het doel om omtrent de werking van liet keukenzout licht te verspreiden. Van eene reeks van dieren heeft bij uitvoerige bloed-analysen bekend gemaakt; de dieren waren alle welgevoed en gezond; de door hen geleverde getallen zijn de gemiddelde uit 3 analysen, die van het bloed van elk dier werden gemaakt. Bij den mensch kwam hij vóór en na het keukenzout-regime tot het volgende resultaat:

Aoór het keukenzout- na het keukenzoutregime. regime.

*ater . . 779.92 767,60

bloedligcliaampjes 130.09 143.00

albumine 77.43 74,00

fibrine 2,10 2,25

vet 1,13 1,31

zouten en extractiefstoffen . . . 9,33 11,84

1000,00 1000.00

In water oplosbare zouten,

chloorpotassium cn chloorsodium . 4,67 6,40

chloorcelcium

phosphorzure soda 1,37 1.68

zwavelzure soda . 0,44 0,42

koolzure potasch cn soda.... 0,48 0.56 In water onoplosbare zouten:

pliosphorzuren kalk 0,67 0,72

ijzeroxyde 1.26 1,50

koolzuren en zwavelzuren kalk , . 0,34 0,38

verlies 0,10 0,18

9,33 11,84

Kr waren gedurende 3 maanden dagelijks 10 grammen keukenzout gebruikt. Poggiale (Compt. rend. 1847, T. XXV, p. 198) heeft ook het bloed van pasgeborenen onderzocht, en kwam tot het resultaat, dat het bloed der placenta met

Sluiten