Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wanneer men de ruimten splijt en naar liet mazen-weefsel der penis toe vervolgt.

In een aanhangsel lot Yalentin's verhandeling verklaarde J. Muller, na herhaald onderzoek bij zijne eerste beschrijving te blijven. Krause had ze reeds vroeger bevestigd (1), en IIyutl (2) zag niet alleen in de penis van den mensch en het paard arleriae hclicinae, maar ook een analoog vormsel in de erectile organen aan den hals en den kop van den kalkoenschcn haan: hier bezitten de slagaders takken, die regelmatig in aders overgaan, en andere lakken, die zeer kort, slangvormig gekromd en naar de oppervlakte van den ereclilen kam naar boven loopen, en met eene verwijding blind eindigen. De doormeting der verwijding bedraagt 0,008 — 0,016 " (3).

Het was vooruit te zien, dat de beslissing moeijelijk zijn moest bij een onderwerp, waaromtrent zulke uitstekende waarnemers het niet eens konden worden. Inderdaad, nadat ik veel moeite aan de zaak besteed heb, waag ik het niet mij voor de eene of andere meening bepaald te verklaren. Iïet kurkenlrekker-vormig beloop der slagaders in de fijne balkjes zie ik juist zoo, als Valentin het beschreven heeft; ook moet ik hem daarin gelijk geven, dat bij eene soortgelijke bereiding slechts weinig arleriae helicinae te voorschijn komen, en dat haar aantal in dezelfde mate toeneemt, als men het weefsel der corpora cctvcrnosa aan stukken snijdt of scheurt. Aan den anderen kant gelukle het mij niet arteriae helicinae, volgens zijne opgave, te vervaardigen. Snijdt men onder het mikroskoop een balkje met kurkentrekker vorinig loopende slagaders, of zij opgespoten zijn of niet, aan stukken, dan blijven de einden liggen, of vormen slechts wijde bogen, die men met de sterk gekromde, kolfvormige arleriae helicinae niet verwisselen kan. De wijze, waarop rankvormige uitwassen van slagaders kunstmatig ge-

(1) Müller's Arclriv, 1837, S. 31.

(2) OesterreicJi. Jahrb1838, XIX. 349.

(3) Erdl (Müller's Archiv, 184J, S. 421) neemt liet bestaan van arleriae helicinae aan. Valentin (Repert. 1841, S. 131) houdt de door Ilrr.tl in de kammen der vogels beschrevene arleriae helicinae voor lissen, vier schenkels elkander bedekten.

Sluiten