Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene vijfde laag, die van de tot nog toe beschrevene geheel en al verschilt, komt als een zamenhangend vlies slechts in slagaderen yan een grooter kaliber voor. Het is een vlies van waar elastisch weefsel. Alle vezels, die van eene geopende en uitgespannen slagader, van binnen af aan, in de dwarste kunnen worden afgetrokken, behouden de kenmerken van het zoo even beschrevene, kringswijs vezelvlies. Eindelijk echter komt men op een wit vlies, dat zich noch overdwars, noch in de lengte in vezels scheuren laat, maar altijd slechts in kleine lappen door het pincet wordt afgetrokken. Dit vlies bezit de vastheid van het elastische weefsel, terwijl het kringswijs vezelvlies teer en broos is; het eerste behoudt, met azijnzuur behandeld, volkomen zijne witte kleur, terwijl het laatste doorschijnend wordt; het eerste vlies bezit ook, hoewel het dunner is, toch eene veel grootere elasticiteit dan het kringswijs vezelvlies; het eerste eindelijk bezit de mikroskopische eigenschappen van het elastische weefsel in den volkomensten graad; het bestaat uit niets dan veelvuldig vertakte, dikwijls tot netvormige vliezen verbondene, dikke en donkere vezels. (PI. II, fig. 11.) In de aders komen afzonderlijke elastische, aan de dikkere kernvezels verwante vezels gewoonlijk slechts onder de volgende laag voor; somtijds echter schijnen zij aan de grootere aders, b. v. de veria cava infer. van den os, eveneens een vlies te vormen (1).

De zesde laag eindelijk, die men bindweefselvlies, celvlies, tunica udventitia noemen kan, gaat aan grootere vaten, die door bindweefsel loopen, onmerkbaar in het vormlooze bindweefsel over. Des te duidelijker echter vertoont zij zich aan de fijnere vaten, die men geheel onder liet mikroskoop brengen kan (PI. II, fig. 9, c), zonder intussc.hen volkomen standvastig te zijn. Hare vezels, welke met die van het gewone bindweefsel volmaakt overeenkomen, loopen steeds in de lengte, geslingerd, en zijn reeds aan de randen van vaten, die niet meer dan 0,01 doormeting bezitten, gemakkelijk te scheiden. Zij omgeven hier onmiddelijk het kringswijs vezelvlies, en blijven, als dit is doorgesneden en zich met de diepere lagen teruggetrokken heeft, als eene steeds nog tamelijk vaste buis over. Door behandeling met azijnzuur worden hare

(1) Eolenbf.rc. De lela elaslicu, p. 5.

Sluiten