Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De grootere bloedvaten, van 0,ö'" doonneting af, somtijds ook nog kleinere, bezitten voedende vaattakken: va sa vasorum. De arteriën der vaten ontspringen uit de takken, welke een stam afgeeft, gewoonlijk op eenen afstand van eenige weinige lijnen van den oorsprong eens taks uit den stam verwijderd ; zij komen nimmer onmiddellijk uit de holte van het vat, waarin zij zich verspreiden, somtijds echter uit eene andere slagader voort, b. v. de vaten van den arcus aortae uit de urtt. thymicae, bronchiales en oesophageae, die der art. iliaca communis uit de art. iliolumbalis en sacralis lateralis, enz. Gewoonlijk verzorgt hetzelfde stammetje de slagader en de daar naast liggende ader, de vena azygos krijgt hare slagaders uit de avtt. ocsopharjeae, pericardiacao en intercostalos. De veneuze stammetjes openen zich gewoonlijk onmiddellijk in den stam der ader, uit wier vliezen zij het bloed verzamelen; zij loopen onafhankelijk van de slagaders, en vergezellen deze niet, 7.00 als overigens gewoonlijk wordt waargenomen. De fijnere takken dezet' vaten vormen in het celvlies der slagaders en aders een tamelijk digt net van overlangsche mazen. Volgens E. Burdacii dringen slechts weinige daaruit in het kringswijs vezelvlies der slagaders, waai' zij zich, evenwijdig aan de dwarse vezels, verdor verspreiden E. H. Weder (1) vond zelfs geen vaten in het middelste vlies (2). Waarschijnlijk gedragen zich de vaten van een verschillend kaliber in dit opzigt verschillend, liet kringswijs vezelvlies der aders is echter rijk aan bloedvaten, en van daar ook tot ontsteking meer geneigd. Het binnenste vlies is in alle gevallen vaatloos (5).

daarop eenige droppels salpeterzuur bijvoegt, hoven de lamp verwarmt en eindelijk liet salpeterzuur met ammonia verzadigt, dan vertoont zicli slechts het middelste vlies der slagaders duidelijk geel, terwijl de overige even zoo min als de vliezen der aders ergens eene gele kleur of hoogstens slechts eene tint in het geelachtige vertoonen. Vert.

(1) Rosenmüiler's Anat. S. 51.

(2) Donders en Jansen (t. a p.) zagen in het middelste vlies der slagaders bloedvaten aan een opgespoten praeparaat van Scdroeder van der Kolk. JasciiE (t. a. p.) onderscheidde ze, niet opgespoten, met behulp van oen eenvoudig mikroskoop niet slechts in het middelste, maar ook in het binnenste vlies.

Vert.

f3) Verg. SlECKEl, A/ml. I, 154. E. bürdacn, Bericht der anatom. Ansiall in Königsberg, 1835.

Sluiten