Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zelfs bij warmbloedige dieren spontane rhythmische zamentrekkingen waar, even als aan het hart.

Aan welke van hunne vliezen de slagaders hare irrilabiliteit verschuldigd zijn, is niet twijfelachtig.. De geringe verkorting, die bij eene levendige zamentrekking tot stand mag komen, kan'door het overlangsche vezelvlies of door de celscheede worden voortgebragt, de vernaauwing kan slechts van cirkelvezels afhangen, en zulke vezels bezit alleen het kringswijs vezelvlies. Wel is waar zou het van het elastische vlies moeijelijk uit te maken zijn, of in het net van zijne veelvuldig anastomoserende vezels de transversale of de longitudinale rigting de bovenhand heeft; de boven medegedeelde proef intusschen beslist voor de laatste. Daarbij komt nog, dat het elastische vlies mikroskopisch met weefsels overeenkomt, die bepaald niet contractiel zijn, terwijl het kringswijs vezelvlies zich door deszelfs maaksel aan den eenen kant aan het bindweefsel, aan den anderen kant, zoo als zal worden aangetoond, aan het weefsel der animale spieren aansluit, waarvan de contractiliteit onbestreden is. Hoe zekerder echter het vermogen der grootere vaten, om zich zamen te trekken, in hun kringswijs vezelvlies gelegen is, met des te meer vertrouwen mogen wij dit vermogen ook aan de kleine vaten toekennen , zoo ver zich het kringswijs vezelvlies daarin laat aantoonen. Dien ten gevolge zou slechts aan de kleine capillaire vaatjes van 0,007—0,005"' en daaronder dit vermogen ontbreken. De kleine aders verhouden zich anatomisch , en dien ten gevolge ook in hare levenseigenschappen soortgelijk als de kleine slagaders; bij de grootere aders is het kringswijs vezelvlies, dat hier meestal door waar bindweefsel gevormd wordt, over het algemeen zwakker, en daarmede overeenstemmend ook de vernaauwing van het lumen minder duidelijk. Of hare retractiekracht, in overeenstemming met de hoogere ontwikkeling van het overlangs vezelvlies en de overlangs vezelige celscheede, sterker is dan in de slagaders, moet nog worden onderzocht.

In de wijze van zamentrekking en in deszelfs verhouding ten oprigte van prikkels staat het Aveefsel van het vaatvlies in de naauwste betrekking tot het bindweefsel. Galvanismus werkt op geen van beiden; koude en mechanische irritatie vertoonen haar effect niet

Sluiten