Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De omloop van het bloed, hoewel in de hoofdzaak slechts van den hartstoot afhankelijk, wordt nog door vele omstandigheden

werden in den clivl der darmscheilvaten, de horsthuis, de darmscheiladers en liet poortaderbloed teruggevonden. Eberbjrd vermoedt daarom, dat ook vel., hetwelk even zoo glibberig aaneenhangend als kwikzilver is, onmiddellijk overgaat, en dat zich de eijeren van ingewandswormen op gelijke wijze door het ligeh^am kunnen verspreiden. ISooissoji (Gazelle mëdic. 18J-4, N°. 26, 27, 31, 33, 37 en 4! , Compt. rend. XVIII, p. 83.1), IIerbsT (t. a. p), wllus [Lond med. Gaz. 1844, April, G5—70) en Valentin zijn de meening toegedaan, dat de chyl niet alleen door opslorping, maar door een afscheidingsproces gevormd wordt. IIerbst releveert met dit doel de wijze, waarop de wortels der chylvaten in de darmvlokken door l)loedvaatnetten peripherisch omsponnen worden, liet lynipbevaalstelsel echter zelf zou een noodzakelijk en naauwkeurig berekend verbeteringstoeslel voor de bloedmassa zijn. Willis trachtte deze laatste hypothese door eene reeks van theoretische gronden te ondersteunen. Ook Th. Fekwick [The Lancet, 1845, p. 29,03, 84, 118) trachtte liet wezen der cliyl- en lymphe-opslorping door eene reeks van vreemde en eigene onderzoekingen op te helderen. Zijn hoofilidée komt hierop neder, dat de werkzaamheid der lympbevalen zonder de medewerking van het cireuleerende bloed onmogelijk is; bij verschillende proeven kwam hij tot het resultaat, dat de chylvaten eener darmlis, waarvan de bloedvaten onderbonden zijn, noch strvchnine, noch warme melk, noch chyl, noch emulsie opnamen, hetgeen wel bet geval was in nabijgelegene darmen, waarvan de vaten niet onderbonden waren. Dat bij enkele onderbinding der poortader de werking van in het darmkanaal gebragte nux tomica na eenigen tijd in volle male bij proeven van anderen werd waargenomen, verklaart hij op die wijze, dat hoewel hierdoor eene volkomene circulatie van het bloed is belet, toch altijd eene drukking van uit de slagaders plaats heeft, en het in de haarvaten bevatte bloed niet onmiddellijk stilstaat. Fenwick trachtte verder aan te toonen, dat de eenvoudige onderbinding van een darmstuk en de daardoor ontstaande congestie den overgang der stoffen in de lymphevaten verandert; geene der door hem in de onderbondene darmstukken gebragte sloffen werd opgenomen, maar de darmstukken werden door de veneuze congestie zwart gekleurd, zonder dat zich ergens bloed-extravasaat liet waarnemen, en de chylvaten bevatteden, in plaats der in de darmen gebragte opgeloste stoffen, bloed of plasma. Uit de anatomische gesteldheid maakte hij voorts het besluit op, dat de melkvaten met de uitlozingsbuizen der afscheidende klieren op ééne lijn te stellen zijn, en beroept zich daarbij onder anderen op de resultaten, door Uobtnson bij de onderbinding van de nierader eens konijns verkregen. Hierbij ontstond niet alleen overvulling der niervaten, maar ook de afgescheidene pis was met bloed vermengd; werd de congestie verminderd, dan werd het bloed in de urine gemist, maar de pis bevatte eiwit, en in de piskanaaltjes was liquor sanguinis uitgestort. Ook de gesteldheid en hoeveelheid van het bloed oefent, volgens zijne waarnemingen, invloed op de eigenschappen der chyl uit.

Henle en Behr vonden door eene reeks van proeven, dat de narcotische ver-

Sluiten