Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zij in het maagsap ondergaan, zijn door Sciiultz (I) beschreven. Zij blijven in hare verbinding naast elkander, maar scheiden zich overlangs in stukjes, die steeds kleiner worden , en worden eindelijk in kleine, ronde kogeltjes ontleed. Yalentin beschrijft eene slingerachtige schommeling, die de versche spierbundels in aanraking met water vertoonen (2). Zij kan een half uur en langer aanhouden.

De uit de spiervezelen zamengestelde organen zijn eigenaardig gekenmerkt door hunne roode kleur, die aan de animale spieren gewoonlijk veel levendiger is dan aan de organische, hoewel er ook bleeke animale en hoogroode organische spieren beslaan. Zoo is b.v. de spierzelfstandigheid van de maag der vogels donker, hoewel uit ongelede bundels gevormd, de animale spierzelfstandigheid der visschen is grootendeels bleek, en bij vele vogels (korhoen) wisselen in het stelsel der animale spieren donkere en lichte lagen elkander at. De roode kleur kan reeds op dezen grond niet van het bloed van de haarvaten der spieren afkomstig zijn, daar deze zich overal zoo tamelijk gelijk verhouden; zij vertoont zich ook , hoewel zwak en als eene geelachtige schemering, aan de geïsoleerde primitief-bundels onder het mikroskoop. Zij moet alzoo worden voortgebragt door eene met de zelfstandigheid der spier verbondene kleurstof. Deze kleurstof komt met het bloedrood daarin overeen, dat zij, door water uitgetrokken, in de lucht lichter, in zwavel-waterstof donker wordt. Sciiwann (3) zag echter de bleeke spieren des karpers eens bij de maceratie in de koude in den winter na eenigen tijd sterk rood worden. Dit verschijnsel laat zich uit de reactiën der haematine niet verklaren, maar berust ook waarschijnlijk in het geheel niet op de kleurstof der spieren, daar Gruituuisen uitgewasschene en volkomen witte vezelstof van het bloed na eenigen tijd rood zag worden (4).

«ij de scheikundige ontleding der spieren in het groot verkrijgt men hare eigendommelijke zelfstandigheden, verontreinigd door de produkten, die het bindweefsel, de bloedvaten en het bloed, de

(1) De alimeiitorum concoctione, p. 34.

f2) Berl. Encijd. Art. iïlushelbeivepung, S 187.

(3) I. Muller, Vhysiul. II, 31.

(i) Beitr. z. Physiogit. S. 184.

Sluiten