Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bloed zijn moet, bewijst haar rijkdom aan vaten. Wordt de toevoer van slagaderlijk bloed opgeheven, dan volgt er verlamming (IJ, waaraan zeker ook de verhinderde voeding der zenuwen aandeel heeft. De vermoeidheid doet zich reeds veel sneller voor, wanneer door spannende kleedingstukken de terugvoer van het aderlijke bloed vertraagd wordt, en wordt voor een gedeelte veroorzaakt door stilstand van het bloed ten gevolge van drukking. Wanneer de aorta abdominalis werd onderbonden, dan werd de verlamming na 8—10 minuten waargenomen; werd deze en de vena cava te gelijk onderbonden, zoodat het bloed niet kon uitstroomen, dan ontstond de verlamming eerst na 1G—20 minuten. Na onderbinding der ventte iliacae deed zich wel zwakte en waterzucht voor, maar er ontstond geene volkomene verlamming (2); waarschijnlijk bleef in het laatste geval de bloedsomloop bestaan door anastomosen der dij- en bekkenaders met de haemorrhoïdaaladers en de aders van den buikwand. Fowliïr (3) vond, dat de gevoeligheid voor galvanische prikkels in een der ledematen na onderbinding zijner slagader sneller verloren gaat, dan na doorsnijding zijner zenuwen. Nogtans blijft de prikkelbaarheid der spieren, zoo als bekend is, nog langen tijd na het ophouden van den hartslag en aan uitgesneden vleesch bestaan.

Wij hebben geen grond om aan te nemen, dat in het volwassen ligchaam eene voortdurende vernieuwing der spieren plaats heeft, zoo als dit b. v. met de opperhuid het geval is; wel echter worden er onder bijzondere omstandigheden nieuwe spiervezelen voortgebragt, en waarschijnlijk ook reeds gevormde atrophisch opgelost en geresorbeerd (4). Bij de vergrooting van den uterus in de zwangerschap ontstaat nieuwe spierzelfstandigheid; volgens Papfen-

(1) Abnemann, Reprod. d. Nerven, s. 2g; blcdat, Anat. <jèn. iii, 366; Emmert in Udfelahd's Journal, 1815, Miirz, S. 53.

(2) Ségalas in Magendie, Journ. de pliys. IV, 287.

(3) t. a. p. p. 122

(4) Volgens f. c. Donders (Holland. Beitriige, 1847, Bil. i, Heft 2, s 267) waren in de spieren van vermagerde (sedert 8 maanden vastende) kikvorselien de primitiefbundels niet in aantal, maar in omvang afgenomen. Vooral in de nabijheid van bet perimysium waren zij donnar, en, zoo als op dwarse doorsneden bleek, volkomen cilindrisch geworden. Vert.

Sluiten