Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IIarting heeft den afstand der dwarsstrepen bij vele insekten gemeten (1). Zelfs het spiervlies van het darmkanaal van insekten (Gryllotalpa) en kreeften bezit volgens Yalentin varikeuze bundels (2). Ficinus daarentegen (o) geeft op, dat de insekten gladde bundels bezitten, die eerst bij de zamentrekking (door knievormige buiging?) rimpelig worden. Bij de huisvlieg zie ik de spierbundels, versch onderzocht, nu eens dwarsgestreept, dan weder glad. De primitiefvezels der gladde bundels zijn eveneens glad, onvertakt, tamelijk stijf, 0,001—0,0012'" dik, door eene donker- en fijnkorrelige stof omgeven, die zich ligt losmaakt, en, zoo lang de vezels bijeenliggen, daaraan een gegranuleerd voorkomen en aan de bundels eenen onduidelijken schijn van dwarsstrepen geeft. De vezels wijken bij eene ligte drukking afzonderlijk uiteen. Eene afdeeling in bundels wordt reeds door de Iracheae aangeduid, die in vrij gelijke tusschenruimten overlangs loopen en omspinnende dwarstakken over de bundels zenden. In vele gevallen worden na behandeling met azijnzuur overlangsche rijen van overlangsovale kernen op zeer regelmatige afstanden zigtbaar, J. Muller (4) en ScnwANN (5) vonden bij insekten (larven?) eene vaste, structuurlooze scheede. Rosentiial heeft in de spierbundels der huisvlieg een centraal, door dwarse tusschenwanden verdeeld kanaal waargenomen.

Aan de cephctlopoda, rjcisleropocla, kokervormige acepliala, asciclia en ecliinodermala schrijft Wagner ongelede spierbundels toe; zoo ook aan vele enlhelmintha. Hunne bundels meten in den staart van Disloma duplicatum 0,008"'. Wagner zag ze in regelmatige zigzagbuigingen zamengetrokken. De gladde spieren van Helix beeldt Ficinus af (6). Salpa bezit echter, volgens de waarneming van Esciiriciit (7), varikeuze

(1) v. d. Hoeven en de Vriese, TtjdscJir. VII, 186.

(2) Funct. nervor. p. 121.

(3) Fibra muscul. p. 16.

(4) Physiol. 11, 42.

(5) Mikrosh. Unters. S. 165, Taf. IV, Fig. 4.

(6) t. a. p. Fig. 24, 25.

(7) Anatoniisk-pliysiologiske Uftdersögelser over Salpenie. Kjöbenh. 1840, p, 64, Fig. 16, 17.

Sluiten