Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Als de zenuwvezels gedrukt worden, dan ontledigt zich de scheede voor een groot gedeelte. Dunne zenuwbundels doen zich reeds aan het bloote oog op gedrukte plaatsen licht en doorschijnend voor, daar de witte zelfstandigheid naar beide zijden uiteen wijkt. Zoo komen er ook aan uitgerekte zenuwen lichtere plaatsen voor; en onderzoekt men ze mikroskopiseh, dan ziet men den witten, of bij doorvallend licht donkeren inhoud in eiken bundel onregelmatig afgescheurd, dikwijls in eene punt uitgetrokken eindigen, en dezelfde tusschenzelfstandigheid geelachtig, korrelig en overlangs fijn gestreept. Aan geïsoleerde buizen vertoonen zich dikwijls, van de einden der vezels uitgaande en als voortzettingen daarvan, platte, meer of minder breede, bleeke en ligt gegranuleerde draden, wier buitenste omtrekken in de buitenste randen der geheele primitiefbuis overgaan (Fig. 5, F,«). Ook op kortere of langere afstanden van het beloop der vezels komen zulke draden voor, die zich naar beide zijden toe weder tot eene buis verwijden, waarbinnen nog de eigenlijke zenuwzelfstandigheid ingesloten is (B). Zelden gelukt het, door eene drukking onder het mikroskoop den inhoud zoo te verwijderen, dat het ledige omhulsel overblijft; want terwijl een gedeelte van den inhoud aan de punt of, door bersting van het omhulsel, van ter zijde naar buiten komt, wordt de rest door de drukking slechts des te vaster teruggehouden. Daarentegen is het zamengedrongen azijnzuur een zeer geschikt middel om het omhulsel te ledigen en het geheele proces met de oogen te volgen. Men brengt tot dat einde bij eene vergrooting, die eenen voldoenden focaal-afstand veroorlooft, een zoo veel mogelijk fijn verdeelden zenuwbundel in weinig water onder het mikroskoop, en voegt hierbij, als men eenige op eenen behoorlijken afstand geisoleerde vezels gevonden heeft, een droppel azijnzuur. Oogen-

Brengt men namelijk eenig deel van een insekt in water, dan scheidt zich de inhoud der tracheae, de lucht, in afzonderlijke blazen of zuilen, waarschijnlijk doordien hier en daar water in de traclieae dringt. Deze bezitten, zoo ver zij lucht bevatten, zeer donkere zijdelingsche omtrekken; daartusschen zijn zij bleek; men kan de luchtblazen en daarmede de donkere randen in dezelfde buis op en neder drijven; nooit echter wordt hierbij eene voorste en achterste begrenzing daarvan zigtbaar. Deze doet zich eerst voor op het oogenblik, waarin de luchtblaas nit het doorgcsnedcne vat naar buiten treedt en de kogelvormige gedaante aanneemt.

Sluiten