Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Harting (1) calclneerde de zenuwvezels op den objectdrager; liet bleven evenwijdige strepen en kogeltjes, die zich niet lieten afwasschen, maar er aan vastgésmolten waren, en, zoo als IIarting gelooft, grootendeels uit phosphorzure kalkaarde bestonden.

liet ruggemerg bezit, volgens Vauquelin, meer vet en minder eiwit dan de hersenen; de zenuwen zouden daarentegen meer eiwit bevatten. De zamenstelling van de bast- en mergzelfstandiglieid der hersenen heeft Lassaigne (bij eenen krankzinnige) vergeleken. liet resultaat was:

Bast-zelfstandigheid. Merg-zelfstaudigheid.

Eiwit 7,ö 9,9.

Kleurloos vet 1,0 15,9.

Rood vet 5,7 0,9.

Yleesch-extract, melkzuur, zouten.1,4 1,0.

Phosphorzure zouten 1,2 1,5.

Water 8!5,2 75,0.

Het overwigt van het vet in de merg-zelfstandigheid, van het water en het eiwit in de bast-zelfstandigheid is in het oog vallend genoeg; voor een gedeelte draagt zeker de bloedrijkdoin der bastzelfstandigheid van deze verschillende verhoudingen de schuld.

Het wezenlijke resultaat dezer onderzoekingen is, dat eene zeep en eene vrije, vetaclitige zelfstandigheid in verbinding met eiwit in het water van het zenuwmerg opgelost gevonden wordt. Het is gedurende het leven en bij de warmte van het ligchaam eene wezenlijke oplossing en geene emulsie; want in eene emulsie is het vet slechts fijn verdeeld en in mikroskopische kogeltjes bevat.

hlz. 130, medegedeeld. Volgens de daar vermelde resultaten zijner onderzoekingen zijn de vetzuren der hersenen nogtans door gehalte aan pliosphor, en de eene ook door stikstofgehalte, eigenaardig gekenmerkt. liet oleïnezuur is een ontledingsproduct van liet oleo-pliosphorzuur. Couerbe's cerelirot is cerebrinezuur met een gedeelte eiwit, hetwelk de zwavel levert. Ten slotte voert Fremt als bestanddeelen der hersenen aan: 1. cerebrinetuur, vrij of aan soda of phosphorzuren kalk gebonden; 2. oleo pbosphorzuur, vrij en in verbinding met soda; 3. olcïnc en margarine; 4. oliezuur en margarinezuur in kleine hoeveelheden; 5. choleslcarine; 0. eene eiwitachlige stof, en 7. water.

(1) V. D. Il0£v£n en de Ykiese, Tijdschrift, VII, 231.

Sluiten