Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgens in den stam van den hypoijlossus centrifugaal, van het middelpunt naar den omtrek (1 .

Wij zullen nu de zenuwen nagaan, van de fijnste takken uit in de zelfstandigheid der organen, en wel liet eerst de motorische vezels in de contractiele weefsels.

De laatste verspreiding der zenuwen in de animale spieren werd beschreven door Prévost en Dumas (2), R. Wagner (5), Treviranus (4), Yalentin (5), Emmert (6), Sciiwann (7), E. Burdacii (8) en Gerber (9). Prevost en Dumas, Emmert, Sciiwann en Burdacii kozen de platte en dunne buikspieren van den kikvorsch tot hunne onderzoekingen ; Burdacii ook de tongspieren van den kikvorsch. Yalentin bereidde de zenuwen uit de oogspieren van het sijsje, Gerber uit de dwarse buikspier van het konijn. Het is noodzakelijk, platte en zooveel mogelijk dunne lagen lot deze onderzoekingen te bezigen, maar tegelijk kwetsingen zooveel als mogelijk is te vermijden. De buikspieren der kikvorschen bestaan uit onderscheidene lagen, die men door schaven met een fijn mes isoleren kan (Emmert). Door eene matige drukking met het compressorium worden zij nog meer verdund en uitgespreid; maar daardoor wordt ligtelijk de continuiteit van het zenuwmerg verbroken; het scheidt zich in afzonderlijke droppels, laat de scheede een ver eindweegs ledig achter, en kan zoo tot de dwaling aanleiding geven, dat de zenuwen op de plaats, waar de zamenhang van het zenuwmerg is verbroken, zouden eindigen, daar de ledige scheede slechts hoogst moeijelijk te zien is. Yerdund azijnzuur is

(1) Volkmann, Müiler's Arcliiv, 1840, S. 502.

(2) Magendie, Journ. de pht/s. III, 320, fig. 1—4.

(3) liofiDACH's Physiol. V, 144.

(4) Bei trage, II, 59.

(5) IIecker's N. Annalen, il, G6; Verlauf u. Enden d. Nerven, S. G7, Fiff- 1, 2.

(6) Endiyunysiveise der Nerven in den Muskeln.

(7) J. Müller's Physiol. II, 54.

(8) Beitr. zur tnikrosk. Anat. d. Nerven, S. 53 ? G7, Taf. II, FiV. 1, 2.

(0) All*. Anat. S. 157. FiV. 91.

Sluiten