Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zins afgeronde uiteinden, in den vorm van palissaden tegen elkan der aangedrongen. Daarover heen zet zich eene hoogst fijne, regte lijn (a) voort, vermoedelijk de grens der intercellulaire zelfstandigheid, die de staafjes verbindt. De eindvlakten van deze cilinders of staafjes zijn het, die zich, bij de zoo even beschrevene waarneming, van buiten als kogeltjes voordoen; zij vertoonen het zelfde beeld, wanneer men van boven de binnenste naar de lens toegekeerde vlakte van het netvlies beschouwt. Men moet bij dit onderzoek elke drukking zorgvuldig vermijden, en om die reden de gepraepareerde deelen onbedekt onder het mikroskoop brengen ; het gewigt ook van het fijnste glasplaatje is voldoende om de staafjes om te buigen, en daardoor een geheel ander beeld te veroorzaken. Beschouwt men alsdan de buitenste of binnenste oppervlakte van het netvlies, dan doen zich de staafjes met de eindvlakten in overlangsche rijen met elkander verbonden voor, en schijnt het, alsof fijne vezels, dikwijls door dwarsstrepen afgebroken, in onderscheidene lagen over en digt naast elkander over de retina heenliepen, nu eens van een of meer punten als het ware van wervelen uitstralende, dan weder aan regte of gebogene lijnen van beide kanten onder scherpe hoeken zamenkomende, ongeveer zoo als men gewoon is op geographische kaarten de bergketens te teekenen.

Er is slechts een gering geweld noodig, om den zamenhang der staafjes onderling, eene eenvoudige agglutinatie, te verbreken, en bij elke bereidingswijze doen er zich enkele voor, die aan den doorgekliefden rand van het netvlies in het glasachtig vocht drijven, in eene hoeveelheid, die voldoende is, om hunnen vorm en hunne verhouding ten opzigte van reagentia naauwkeuriger te leeren kennen. Versch zijn zij, zoo als vermeld is, glad, volkomen cilindrisch, met weinig convexe eindvlakten; zij zijn week, zeer buigzaam , en scheuren ligt; worden zij door de strooming der vloeistof tegen een vaster korreltje, b.v. een bloedligchaampje, aangedreven, dan leggen zij zich daarom heen, en breken, of scheuren eindelijk in de dwarste door ; tusschen de beide doorgebrokene uiteinden breidt zich dan eene lichte, olieachtige zelfstandigheid uit, die eindelijk eveneens scheurt, en zich tot een kogeltje bijeentrekt, dat aan een der stukjes blijft hangen. Zij

Sluiten