Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deelte derzelfde strengen uitstrekking der achterste extremiteiten; prikkeling van het achterste (bovenste) gedeelte van de voorste (onderste) streng buiging van den achtervoet, prikkeling van het voorste (onderste) gedeelte van de voorste streng buiging van den voorvoet. Dien ten gevolge neemt Yalentin aan, dat de vezels, terwijl zij naar boven gaan, tevens nader bij de as komen, en dat de nieuw ingaande vezels ook steeds aan de oppervlakte liggen (1). Ilij vindt het waarschijnlijk, dat de met de zenuwen der uitstrekkende spieren overeenkomende sensibele vezels, die de sensibele vezels van de rugvlakte der extremiteiten in de voorste strengen, de met de buigspiervezels overeenkomende sensibele zenuwen in de achterste strengen overgaan; een proefondervindelijk bewijs voor dit vermoeden kan ik niet vinden, en het schijnt eene bloote hypothese, opgesteld om de afwisseling in de beweging der buig- en uitstrekkende spieren te verklaren. In hoe verre zij daartoe dienstig is, kan eerst later onderzocht worden. De peristaltische bewegingen der ingewanden staan volgens Yalentin (2) gelijk aan de buig-, de antiperistaltische aan de uitstrekkende bewegingen; gene zouden door de aandrukking der voorste strengen tegen de wervelligchamen , deze door de aandrukking der achteiste strengen tegen de wervelbogen voortgebragt worden. Het is echter zeer onwaarschijnlijk, dat peristaltische en antiperistaltische beweging van verschillende zenuwen zou afhangen, daar klaarblijkelijk dezelfde spieren, slechts in eene andere opeenvolging, daarbij werkzaam zijn, en de proef zelve bewijst weinig, want wanneer het ruggemerg tusschen de wervelen en eene breede naald (acus largo) gedrukt wordt, wie zal dan nagaan, of de naald drukt of de wervel, of beide?

Budge (3) is eveneens van meening, dat het ruggemerg in zijne

(1) Deze proeven zouden beslissender zijn, wanneer Valgntin de voorste en achterste ruggemergsstrengen had gescheiden, om reflexie, d. i. liet overgaan der prikkeling van de achterste op de voorste strengen, te vermijden. Men zou hiertegen kunnen aanvoeren, dat oppervlakkige prikkeling van de achterste, zuiver sensibele strengen reflexbewegingen in de uitstrekkende spieren, diepe prikkeling daarvan reflexbewegingen in de buigspieren bewerkt. Ongetwijfeld moest dan ook prikkeling der voorste strengen ergens uitstrekkingen ten gevolge hebben.

(2) t. z. p. p. 13G.

(3) t. a. p. S. 15, 27, 39—51.

Sluiten