Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

13 IIAIÏE GAKSCIIE LE3GTE GELIJKAARDIG.

brengt men echter, hetgeen zich in een geval laat uitvorschen , op de analoge gevallen over, dan mag men de stelling ivel als algemeen doen gelden. Wanneer eene motorische zenuw wordt doorgesneden, dan kan het peripherisclie uiteinde niet meer op willekeurige intentie, maar wel op andere prikkels de spieren bewegen; het kleinste stukje spier trekt, zoo lang het nog een fragment van zenuwzelfstandigheid bevat. Ongetwijfeld wordt na Jangeren of korteren tijd de zenuw verlamd, maar alleen omdat de Voorwaarden voor hare voeding ontbreken; scheidt men haar in het ruggemerg door van eene dwarse doorsnede af, of wordt toevallig, door eene ziekte, haar beloop in het ruggemerg afgebroken , dan .blijft het peripherische gedeelte niet alleen prikkelbaar, maar kan ■zelfs spontane krampen en contractuur der spieren veroorzaken, waarin zij zich verspreidt (1). Of het centrale gedeelte van moiorische zenuwen , wier peripherisch gedeelte benevens de daartoe behoorende spieren verwijderd is, in den toestand blijft, waarin de werkzame zenuw zich bevindt, en of prikkelingen van het centrale gedeelte nog dezelfde veranderingen in den zenuwstomp veroorzaken, welke anders zamentrekking ten gevolge zoude gehad hebben, laat zich, zoo als te begrijpen is, niet regtstreeks uitmaken. Ilier wenden wij ons tot de sensibele vezels. l)eze kunnen tot aan het ruggemerg, en verder naar binnen in hetzelve, vernietigd worden , zonder hare levenseigenschappen te verliezen. De zenuwstomp en centrale doorgesnedene vlakte van het ruggemerg blijven prikkelbaar en gevoelig (2); het overschot der gezigtszenuwen , na exstirpatie van den oogbol, geeft, wanneer het in ontsteking geraakt, aanleiding tot ge•zigtsvoorstellingen (5). Deze doen zich nog voor, wanneer de gezigtszenuwen tot binnen in de hersenen atrophisch zijn (4), even als

(1) Pathol. Uniers. S. 128.

(2) Volkmakn (Müller's Arcln'v, 1840, S. 528) beweert, dat het oenIrale deel van eene doorgesnedene zenuw na langèren tijd haar sensibel vermogen verliest, -zonder op te geven, of dit het resultaat van eigen onderzoek is. Wel ligt ontaarden de in het litteeken gelegen uiteinden der primitiefvezels een eind weegs. Dat dit niet altijd het geval is, kan men aan amputatie-stompen zien.

(3) LlNCKE, Trad. de fungo medullari oculi. Lips. 1804.

(4) J. MüLLER, Phantast. Gesichtsersclieinungen. S. 30, IlEERMANiV, V. AlUMO.n's Zc'tschr 1838, S. 113. Blindgeborenen en zij, die tusschen het vijfde

Sluiten