Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

weging (1). Hieruit blijkt, dat alle zenuwen des darmkanaals door het ruggemerg in eene geleidende verbinding geplaatst zijn, dat echter ook in de knoopen reeds de prikkeling van eene zenuw zich op eene grooter of geringer aantal uitbreidt. Dat het uitgesnedene hart, op de eene of andere plaats geprikkeld , zich geheel en met de normale afwisseling van systole en diastole contraheert, kan men verklaren door de kleine ganglia, welke in de zelfstandigheid van het hart liggen en zijne zenuwen met elkander verbinden (2). Voor eenen invloed der ganglia op de geleiding onder de zenuwen of op hare voeding schijnt ook het feit te pleiten, dat uit de proeven vanMAGENDiE is gebleken, dat namelijk aan de bewegingen der oogspieren minder nadeel wordt toegebragt, wanneer men den stam van den n. triycminus, dan wanneer men zijnen eersten tak beneden het ganglion doorsnijdt; daar men echter den invloed van den frigeminus op die bewegingen in het algemeen nog niet begrijpt , is ook eene voldoende verklaring van de wijze, waarop het ganglion daarin deel neemt, niet mogelijk (5). Ik ken geene feiten , welke regtstreeks bewijzen, dat de ganglia in staat zijn de krachten der zenuwen, die er doorheen loopen, te onderhouden. Wel blijft de prikkelbaarheid na de scheiding van het organismus

(1) Zie mijne Pathol. Unters. S. 92.

(2) Remak in Casper's Wochenschr. 1839. N3. 10.

(3) De mededeel ing tusschen de zenuwvezels van den eersten tak van den tri«* geminus en de hoofd massa van de motorische v ezels, die in den oculomotorius. trochlearis en abducens liggen, is alleen door de hersenen mogelijk, en na de doorsnijding van den stam van den tri ge minus opgeheven. In liet ganglion zou alleen eene mededeeling kunnen blijven bestaan tusschen de sensibele vezels varr den eersten tak en die vezels, welke daarvan af naar den n, oculomotorius (Sommering, Abbild. d. Auges, Taf. III. Fig. 6, u) en naar den trochlearis (KraüSE, Anat. I, 897) gaan. Verondersteld, dat deze vezels motorisch zijn, en dat een reflex der sensibele ter onderhouding van hare werkzaamheid noodig is, dan zouden de gangliënkogeltjes den reflex veroorzaken; verondersteld, dat het op znlk eenen reflex niet op aankome, dan zouden de gangliënkogeltjes de motorische krachten van de eerste vezels onderhouden. Het is zelfs mogelijk, dat de vezels ver]enp*sels van die zijn, welke van het ruggemerg .af door den sympnthicus in het ganglion gaan; zij zouden dan bij de doorsnijding van den stam van den frigeminus in het geheel niet beleedigd worden, en dat hare krachten, van welke soort zij ook zijn mogen, na de operatie in stand blijven, zou in het geheel geen besluit omtrent de verriglingen der gangliënkogeltjes toelaten.

Sluiten