Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het zenuwstelsel; invloeden van buiten kunnen slechts altererend op het maaksel, daardoor op de verrigtingen en eindelijk op den rhythmus in het zenuwstelsel werken (1). Dat de gevoelszenuwen in eene voortdurende werkzaamheid blijven, is moeijelijker te bewijzen , en de wijze , waarop deze werkzaamheid plaats heeft, moeijelijker te ieeren kennen, daar er ter vertegenwoordiging van de werkzaamheid der zintuigen opmerkzaamheid gevorderd wordt, die zelve reeds als prikkel moet beschouwd worden. Daar er nogtans voor de gewaarwording geene bijzondere intentie vereischt wordt (zie boven), daar ten allen tijde, en zelfs* in den slaap, het zelfbewustzijn door de zintuigen tot werkzaamheid kan worden geroepen, zoo moet men aannemen, dat de zintuigen voor de buitenwereld bestendig open staan, en dat hunne schijnbare onwerkzaamheid niet aan eene onverschilligheid der zintuigen voor invloeden van buiten, maar aan eene tijdelijke gevoelloosheid van het bewustzijn is toe te schrijven voor de beelden, waarin de zintuigen zich bewegen. Het algemeen gevoel is de som, de onverdeelde chaos van sensatiën, die door alle gevoelige deelen van het ligchaam tot het zelfbewustzijn worden gebragt; deze moeten bestendig en op eene bepaalde wijze aanwezig zijn, anders zou de verandering van eene enkele sensatie, b. v. in ziekte, geen zelfbewust gevoel worden. Ook zou het onmogelijk zijn, dat wij den afstand van twee geprikkelde punten in het gezigtsveld of aan de oppervlakte van het ligchaam beoordeelden , wanneer niet de daartusschen gelegene deelen zich, hoewel ongeprikkeld, toch rustende gevoelden. In het boven aangehaalde opstel in Casper's Wochensclirift heb ik reeds daarop de opmerkzaamheid gevestigd, hoe verschillend de gewaarwording der donkerheid in het oog: van de gewaarwording der opening van het gezigtsveld in de proef van Mariottg is. Een gevoel van gemis van een ligchaamsdeel, of liever een gemis van het bewustzijn van sommige deelen, komt bij hysterisch lijden in sensibele zenuwen voor. De zieken klagen, dat het hen te moede is, alsof deze of gene extremiteit ontbrak, en trachten zich door bewegingen, door het lid heen en weder te gooijen , van zijne aanwezigheid te verzekeren. Wat eindelijk het denken betreft, zoo twijfelt niemand,

(1) Verg. Pathol. Unters. S. 184.

Sluiten