Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vlies zelf als celwand aan te merken , als de wand van eene moedercel , die in zich eene nieuwe generatie op verschillende trappen van ontwikkeling bevat.

In het eerst hebben de holten zeker hel voorkomen van eenvoudige openingen of groefjes. Het sterkste licht toch vertoont zich aan de blaasjes, die er in bevat zijn, zoo als natuurlijk is, op de naar het invallende licht toegekeerde zijde van de oppervlakte; de hollen zijn echter aan de hiermede overeenkomende randen het donkerst; haar helder verlichte rand ligt aan dezelfde zijde, waar de donkere rand van de ingeslotene cellen ligt. Bij eene aandachtige beschouwing doen zich echter vele omstandigheden voor, die allen twijfel wegnemen, dat ten minste een deel der holten door een eigendommelijk vlies van de homogene grondzelfstandigheid is afgescheiden. Waren het eenvoudige openingen , dan moesten , wanneer er toevallig eene snede door heen ging, de cellen en celkernen er uitvallen, en de rand van de snede, op de plaats waar hij dooide opening gaat , eenen inham vertoonen. In plaats hiervan komt op de genoemde plaats somtijds een ligchaampje, dat de cellen en celkernen beval, buiten den rand der snede uitsteken (1). Vele holten zijn door twee aan elkander tamelijk evenwijdige lijnen begrensd , wier afsland van elkander aan de dikte van den celwand beantwoordt (fig. 6, A, k) ] deze dubbele omtrek kan niet het gevolg van eene eigendommelijke lichtbreking zijn, want op vele plaatsen, waar de celwand dikker wordt, wijken beide lijnen uit een, en sluiten eene donkerkorrelige zelfstandigheid tusschen zich in , die zich evenzeer van de lichte holte als van de bleekkorrelige grondzelfstandigheid onderscheidt (fig. 6, B, a). Deze waarneming bewijst tevens, dat de ligchaampjes, waarin de cellen en kernen zijn ingesloten , werkelijk blaasjes zijn en een van den inhoud afgescheiden omhulsel bezitten. In vele gevallen noglans schijnen de wanden der holten van de grondzelfstandigheid niet te verschillen. Hier zijn, zoo als blijken zal, de celwanden met de grondzelfstandigheid of met de oorspronkelijke intercellulairzelfstandigheid ineengesmolten. In het vervolg versta ik onder kraakbeenholten de tot hiertoe beschrevene holten in het al-

(1) Meckaüer. Cartilnginum structura. Fig. 1, e.

Sluiten