Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

koking van 48 uren eene geringe hoeveelheid extract, dat niet stolt, maar zich in zijne reactiën geheel en al als chondrine verhoudt (1). Hetzelfde is het geval bij de kraakbeenderen van het foetus, die nog grootendeels uit cellen bestaan. In het maagsap zwellen eerst de cellen op en scheiden zich van de korrelige grondzelfstandigheid af; daarna lossen zij zich op, en latep alleen de cytoblasten over, die met andere kleine kogeltjes als vlokken naar de bodem zinken (2).

De vezelkraakbeenderen met een geringer aantal cellen, zoo als de ligamcnta interverlebralia , schijnen nog niet onderzocht te zijn. Muller Toert wel is waar aan, dat de vezelkraakbeenderen, waartoe hij, nevens de bandschijven der gewrichten en den tarsus, ook de tusschenwervelbanden brengt, eerst na langdurig koken lijm en wel gewone lijm geven. Hij grondt echter deze uitspraak alleen op het onderzoek van de carlilagines inlerarticulares van het kniegewricht, die uit gewoon bindweefsel gevormd zijn. De uit de kraakbeenderen verkregene-chondrine is troebel, misschien door de onopgeloste cellen of kernen. Met koud water uitgetrokken, leveren de kraakbeenderen dezelfde extractieve stollen als het vleesch, mat uitzondering van de kleurstof. De anorganische bestanddeelen van het kraakbeen , die volgens Fromiierz en Gugert (3) in de ribbenkraakbeenderen van eenen 20-jarigen man 5,402 p.Gt. uitmaakten, bevatteden in 100 deelen:

koolzure soda 5i>,068

zwavelzure soda 24,241

chloorsodium 8,251

phosphorzure soda 0,925

zwavelzure potasch .... 1,200

koolzuren kalk 18,527

phosphorzuren kalk .... 4,01S6

phosphorzurej magnesia . . 6,908 ijzeroxyde (en verlies). . . 0,999

(1) J. Muller , Poggend. Ann. XXXVIII, 314.

(2) Wasmaisn , De digestione, p. 28.

(3) Schweigger's Journ. L, 187.

Sluiten