Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den bast van laurus cnssia bevochtigt. Door gloeijing en verwering, welke laatste invloed eene langzame vernietiging van de organische grondstof ten gevolge heeft, bladeren platte beenderen aan de oppervlakte af en vallen tot schilfers ineen, die elk uit een aantal der fijnste lamellen bestaan. Eindelijk kan men van de oppervlakte van geweekte beenkraakbeenderen met een mes gemakkelijk dunne plaatjes aftrekken, die, wel is waar, gewoonlijk altijd nog eene menigte op elkander geplaatste lamellen bevatten, maar soms, vooral aan de randen, slechts uit eene enkele lamel bestaan. In de plaatjes, die nog uit verscheidene lamellen zamengesteld zijn , vertoonen zich de mergkanaaltjes als overlangs loopende vezels, die tusschen de lamellen in, en verloopen enkele daarvan doorboren (1). De ontleding van een been in blaadjes, gelukt des te gemakkelijker, hoe grooter de laag van onafgebrokene evenwijdige blaadjes is, en hoe verder naar binnen de mergkanaaltjes beginnen. Bij de beenderen van runderen komen onder de oppervlakte slechts spaarzame mergkanaaltjes voor ; daarom werd bij deze veel vroeger dan bij den mensch het bladerige maaksel aangetoond. Onder de menschenbeenderen zijn , ter verkrijging van blaadjes, de lange pijpbeenderen bijzonder geschikt; verder de phalanges en de platte schedelbeenderen, zoowel aan de buitenste als aan de binnenste oppervlakte.

Wanneer men uit een pijpbeen fijne, dwarse of longitudinale lagen snijdt , zoo dat men fijne, dwarse of overlangsche doorsneden der lamellen verkrijgt, en deze door zachte drukking uiteen doet wijken, dan vertoonen de randen van de doorsnede van iedere lamel zich ineer of min regelmatig gegolfd, afwisselend ingedrukt, ongeveer als de vezels in de kern van de lens (Plaat II, Fig. 5, C). Dwars over de doorsnede , van den eenen golfvormigen rand tot den anderen, loopen fijne en digt opeengedrongen strepen , die op de geïsoleerde doorsnede van eene enkele lamel moeijelijk waar te nemen zijn, maar zeer duidelijk te voorschijn komen, wanneer verscheidene doorsneden van concentrische lamellen bij elkander liggen. Op de dwarse doorsnede van een pijpbeen voorts doorsnijden , van

(1) MiESCnER , t. a. p. p. 37.

(2) Ikows, AUg. Anat. S. 230.

Sluiten