Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

binnenste snijtand, voorste kies, buitenste snijtand, hoektand, achterste kies. De pulpa wordt zeer bloedrijk en zet aan de buitenste laag beenschilfers af, die zich allengs naar den wortel toe uitstrekken; aan de tanden met ineer dan ééne punt ontstaan aan elke punt zulke schilfers; zij gaan naar de groefjes der kaauwylakte en naar de zijvlakten voort, en raken in de eerste aldra aan elkander. Naarmate zij van buiten naar binnen in dikte toenemen, neemt de pulpa in omvang af, wordt smaller, trekt zich van de kaauwvlakte terug, en is eindelijk ingekrompen tot dien omvang, welken zij ook in den rijpen tand behoudt. Even als bij den volwassen tand, schijnen ook bij den aanvang der verbeening de binnenwand van het been en de buitenste laag van de pulpa alleen aan elkander te raken, maar niet onmiddelijk zamen te hangen, en het kleinste reeds verbeende schilfertje laat zich, zonder merkbaren weêrstand, van de pulpa -afligten. Naarmate de beenschilfers op de tandpulpa van builen naar binnen voortgroeijen, en van binnen nieuwe stof zich aan hen aanzet, zetten zich ook fijne laagjes email .op hare buitenste oppervlakte aan, en worden , door telkens nieuwe afzetting buiten aan, bij voortduring dikker. Met de toenemende dikte der emaillaag neemt het emailvlies in dikte af, en wanneer het email volkomen is gevormd, is ook het email-orgaan geheel of bijna geheel verdwenen.

Deze feiten, welke op het getuigenis van eene groote menigte waarnemers berusten en gemakkelijk bevestigd kunnen worden, zijn evenwel zeer verschillend uitgelegd. De zaak kwam hierop neder, dat men uitmaakte, of tandbeen en email slechts deposita op de oppervlakte der pulpa en van het emailvlies, met andere woorden, door hen uitgescheiden stoffen zijn, en of de vermindering in omvang der uitscheidende organen slechts eene toevallige omstandigheid, eenvoudig van de drukking der afgezette en verharde zelfstandigheden afhankelijk zij,— dan wel, of pulpa en emailvlies zelve verbeenen, even als het beenkraakbeen bij den overgang tot been, en of derhalve hunne vermindering in omvang noodzakelijk met de voortbrenging van tandbeen en email gelijken tred houdt.

De jongste onderzoekingen hebben ten voordeele der laatste meening beslist, welke reeds door de resultaten der chemische

Sluiten