Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

7.onder de zoogenaamde emailhoudende kiezen der herkaauwende dieren en der pachydermata merkwaardig. Hier verdeelt zich van den beginne af aan zoowel de pulpa als het email-orgaan in een aantal lobben, welke in elkander grijpen. Het email-orgaan bestaat uit eene vaatlooze laag, beantwoordende aan het einailvlies en uit een zeer vaatrijk parenchym , dat beantwoordt aan de pulpa van het email-orgaan. Het emailvlies ligt het naast bij de oppervlakte van den tandkiem en verandert in email; uit de emailpulpa ontstaat, terwijl zij allengs van de punten naar de basis of naar den rand van den tand toe verbeent, het cement, hetgeen indeemailhoudende tanden in eene zoo ruime hoeveelheid voorkomt. Blake , Diss. de den(iurn formalione, Edinb. 1780; Reil's Arch. IV, 529.

Bij de snijtanden der knaagdieren, de hoektanden van vele pachydermata en de kiezen der herkaauwende dieren , welke, zoo als reeds vermeld werd, ook. na het doorbreken voortgaan met groeijen, houdt het emailvlies niet zoo eensklaps aan den wortel op, maar strekt zich in de landholte uit, verbeent steeds van buiten, en groeit van binnen steeds aan. Op de binnenoppervlakte van het tandvleesch, dat tegen de doorgebroken kiezen der herkaauwende dieren aanligt, rust bij jonge dieren eene soortgelijke laag van perpendiculaire vezels, als in het emailvlies. Rasciikow. Melet. p. 11.

In de verhouding der eigenlijke tandzelfstandigheid tot de beenachtige komt de grootste afwisseling voor. Bij den menscli neemt de met beenligchaampjes voorziene laag alleen de buitenste oppervlakte van de tandkroon en van den wortel in; bij vele dieren is de geheele kroon met beenligchaampjes en de straalvormig daarvan uitloopende takjes doorweven; hier wordt dus eigenlijk de plaats van hel tandbeen door het cement ingenomen. Bij den losch en bij het schaap staan de beenligchaampjes tusschen de buisjes in, pn deze buigen zich om gene om; bij het patrd , bij den olifant en bij den neushoorn staan in de cavitas pulpae concentrische rijen van beenligchaampjes; bij den walrus is het email door schorszelfstandigheid vervangen, en door de geheele zelfstandigheid van den tand loopen in grooten getale lijne, overlangsche, bloedvoerende mergkanalen. Dergelijke komen ook voor in het cement van het paard (Gerber) , in de tanden van den snoek en van andere visschen. Van buiten op

Sluiten