Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zoogenaamde bloedvaatklieren, de milt, de schildklier, de bijnieren, de thymus. Daarentegen werden tot de klieren gebragt de kleine, in de dikte van verschillende vliezen verborgene instulpingen van deze, die wel niet de uitwendige gedaante, maar toch de physiologische beteekenis der klieren bezaten. Maar bij de klasse der klieren moeten nog getrokken worden de afzonderende holten of blazen, die gesloten zijn en slechts van tijd tot tijd op de inof uitwendige oppervlakte des ligchaams zich openen, en verderde organen , die soortgelijke holten bevatten , zoo als de eijerstokken. Yoor een orgaan, welks bestemming het is af te scheiden , is de afscheidende zelfstandigheid het wezentlijke, is hoofdzaak, en het doet er minder toe, op welke wijze het afgescheidene naar buiten gevoerd wordt. Zoo kan het gebeuren, dat dezelfde klier, b.v. de eijerstok en de bal, bij de eene diersoort eene behoorlijke en blijvende uitlozingsbuis bezit, en bij eene andere diersoort uit geslotene blazen bestaat, die door bersten haren inhoud ontlasten; buitendien, bij de eerste ontwikkeling vormen zich vele klieren op eenigen afstand van hare uitlozingsbuis; beide groeijen elkander te gemoet. Wanneer echter de uitlozingsbuis niet het wezenlijke bestanddeel der klieren is, is er ook geen bezwaar om de bloedvaatkluwen , met de later te vermelden uitzonderingen, tot de klieren te brengen. De zelfstandigheid, welke zich in de cellen van deze vormt, kan des noods eveneens door bersten der cellen in de bloedof watervaten geraken, of door de wanden der cellen heen op het bloed werken.

Als gemeenschappelijk kenmerk der klierzelfstandigheid blijft derhalve niets anders over, dan haar physiologisch vermogen om aan het bloed sommige stoffen te onttrekken, ook wel die om te zetten, niet in het belang harer eigene voeding, maar om die verder voort te bewegen, nu eens onmiddellijk naar de oppervlakte van het ligchaam, dan eens naar holten, met wier inhoud zij zich mengen, en waarmede zij , wanneer de holten open zijn, geheel of ten deele naar buiten gevoerd worden.

Deze bepaling, welke ik voorloopig-in thans gangbare termen heb uitgedrukt, over wier waarde of onwaarde eerst na de volledige uiteenzetting van het afzonderingsproces een oordeel kan geveld wórden, omvat alle de tot de klieren te rekenen vormsels; zij

Sluiten