Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maag van het varken nemen zij, volgens Wasmann, het cardiagedeelte, den blinden zak en het naastbij den pylorus gelegen deel in; zij hebben eene middellijn van 0,02—0,05"'. Het lumen bedraagt echter slechts het vierde gedeelte van de middellijn; de aan de wanden in eene enkele laag regelmatig gerangschikte epithelium-cilinders zouden derhalve 0,007—0,011 lengte moeten hebben.

Er is nog eene andere, meer zamengestelde soort van blinddarmvormige klieren in de maag, welke hoofdzakelijk tot de afzondering van het maagsap schijnen te dienen, en derhalve maagsapklieren genoemd mogen worden. Ter plaatse, waar zij liggen, is het slijmvlies dikker dan op andere plaatsen, donkerder, gladder, door wrongen en diepe groeven gekenmerkt. In de maag van het varken nemen zij, volgens Wasmann, het midden der groote curvatuur en de naast aan gelegen gedeelten van den voor- en achterwand in; bij het konijn vond ik ze aan den blinden zak der maag, en ook alleen hier vertoonde de vloeistof gedurende de spijsvertering eenen zuren reuken zure reactie; bij den hond en bij den mensch zijn zij, volgens Bisciioff , in de porlio pylorica geplaatst. Op grond van hare ontwikkeling en van hare gedaante kan men ze als een overgangsvorm tot de trosvormige klieren beschouwen. Bü het konijn zijn zij zeer lang en dun, en grootendeels uit eene eenvoudige rij blaasjes gevormd. De blaasjes, helder , zwak gekorreld, rondachtig of hoekig (PI. V, fig. 16, a), zijn in de diepte met eene duidelijke celkern voorzien, tegen elkander afgeplat, maar afgezonderd van elkander, en gemakkelijk vrij te maken. Er buiten op en op de grens tusschen elk paar blaasjes heb ik somtijds vrije celkernen gezien. Ilunne cytoblasten worden naar boven toe bleeker, de inhoud wordt meer korrelig, de grenzen verdwijnen (Z<); hooger op verdwijnen de tusschenschotten, en er vormen zich eenvoudige, ter plaatse der voormalige tusschenschotten eenigzins ingebogene buizen , die uit een structuurlozen wand met hier en daar er op liggende celkernen en uit eenen doorloopend korreligen inhoud bestaan (C). Eindelijk gaan de celkernen verloren, alsmede de naar binnen ingebogen randen. De korreltjes van den inhoud zijn elementair-korreltjes, die zich op de bekende wijze tot twee en drie vereenigen, zich met cellen

.

Sluiten