Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hoopjes of aggregaten van korreltjes , die niet in een omhulsel besloten, maar in eene vormlooze zelfstandigheid opeengepakt zijn. Güterbock gelooft eens te hebben opgemerkt, dat na bijmenging ran aether de korreltjes der colostrum-ligchaampjes oplosten en een zeer doorschijnend vliesje achterlieten. Van de bovenvermelde conglomeraten van melkbolletjes zijn zij door hunnen regelmatigen vorm en de kleinheid der korreltjes te onderscheiden ; volgens Güterbock onderscheiden zij zich verder nog daardoor, dat de conglomeraten der melkbolletjes door drukking zich laten verdeelen, de colostrum-ligchaampjes daarentegen niet, en dat deze door jodium gekleurd worden, waarop de hoopjes der melkbolletjes niet reageren ; intusschen komen ook zoo regelmatig ronde of ovale hoopen van melkbolletjes en aan den anderen kant colostrumligchaampjes met zulk eene menigte grootere ingesloten vetdropjes voor (zie Fig. 21, C en D), dat men de gedachte aan den overgang van de eene in de andere niet geheel ter zijde kan stellen.

De melkbolletjes van het colostrum zijn, volgens Donné (1), nog onvolkomen gevormd, onregelmatig en van ongelijke grootte. Eenige zouden op groote oliedroppels gelijken; het meerendeel zou echter zeer klein zijn en eene soort stol in de vloeistof daarstellen; de meeste drijven niet vrij rond, maar zijn in hoopjes vereenigd. H. Nasse stemt met hem overeen. Ik vond in het colostrum geene grootere verscheidenheid in grootte dan in de melk ; ook komen de tot hoopjes verbondene melkbolletjes, gelijk reeds gezegd is, niet enkel in het colostrum voor, maar schijnen toch daarin veelvuldigerte zijn dan in de melk. Dokné is van meening, dat de colostrumkorreltjes eerst den 20sten dag na de baring uit de melk verdwijnen ; ik vond ze tot den lsten dag, zoo ook F. Simon en H. Nasse ; maar somtijds ontbraken zij reeds vroeger ; volgens-d'OuTREPONT (2) duren zij in den regel niet langer dan den derden dag. Gedurende de menstruatie kwamen zij weder te voorschijn ; Donjvé (3) zag ze ook in latere tijdperken, wanneer de melk-afzondering door ziekte ont-

(t) t. a. pi., p. 21.

(2) BüsCfl. Zeitschr. X. 1.

(3) t. a. p]. , p. 33.

Sluiten