Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liet uitwendige vlies der zaamgestelde cellen zich uitzetten (hel wordt de membraan van het Graafsche blaasje), en binnen in dit laatste zou om het kiernblaasje heen een nieuw vliesje ontstaan, waardoor het te gelijk met de dojer-zelfstandigheid wordt ingesloten. Op dit tijdstip pas verwijdert het ei zich uit het midden van het Graalsche blaasje, waarin het tot nu toe besloten lag, begeeft zich naar den rand, en verkrijgt een overtreksel van plaveiselvormige cellen.

Na de mikroskopische bestanddeelen of ligchaampjes der excreta, moeten wij thans nog het serum of plasma daarvan van naderbij beschouwen. De hoeveelheid er van is, gelijk reeds gezegd is, in verhouding tot de hoeveelheid der ligchaampjes zeer veranderlijk. Er vertoonen zich in verschillende secreta standvastige verscheidenheden , zoo 1). v. zijn gezonde melk en gezond zaad zeer rijk aan ligchaampjes, terwijl gal en urine in normalen toestand waarschijnlijk alleen uit serum bestaan. Naar omstandigheden wisselt de hoeveelheid ligchaampjes in hetzelfde secretum ook zeer af; en men kan in het algemeen zeggen, dat hun aantal betrekkelijk des te geringer is , hoe meer eene klier in eene gegevene tijdruimte afzondert , zoodat bij het af- en toenemen van de werkzaamheid der klieren de hoeveelheid ligchaampjes vrij standvastig schijnt te blijven, en alleen het gehalte aan plasma schijnt af te wisselen. Zooveel is ten minste zeker, dat ligchaampjes en vloeistof niet in gelijke verhouding toenemen. Van het zaad wordt gewoonlijk beweerd, dat het hij veelvuldige excretie waterachtiger wordt. Van de betrekkelijke hoeveelheid der ligchaampjes hangen ten deele de physische eigenschappen der excreta af. Zij zijn des te dikker, te minder vloeibaar, en des te meer gekleurd, hoe rijker zij zijn aan mikroskopische bestanddeelen, en vooral deelen de vetblaasjes aan de vloeistoffen eene zekere kleur mede, die bij verdunning eenigzins blaauwachtig wordt; slijmligchaampjes kleuren ze geel.

De lijvigheid, taaiheid en kleur der excreta wordt verder bepaald door de hoeveelheid en den aard der opgeloste stoffen. Het plasma der excreta is, even als het plasma van het bloed en der lympha, eene waterachtige vloeistof, waarin stoffen van organische of anorganische zamen,stelling opgelost, of, zoo als in sommige het

Sluiten