Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aan. Wanneer men in een dergelijk geval de klier, die behulpzaam is om het secretum naar buiten te brengen , eene vicariërende noemen wilde, dan zou in de geelzucht het geheele ligchaam met de huid, de kraakbeenderen en beenderen niets dan eene vicariërende lever zijn. Bij de zoogenaamde melkmetasta«en , d. i. in die gevallen , waarin de bestanddeelen der melk , door werkeloosheid der melkklier, in het bloed blijven, zijn niettemin de plaatsvervangende afscheidingen en uitzweetingen tot enkele organen, met name tot de darmen en de sereuze vliezen beperkt. Dit laat zich daaruit verklaren, dat het voor het oog karakteristieke bestanddeel der melk, de vetbolletjes, niet opgelost wordt, en derhalve niet geschikt is om door eiken klferwand heen te gaan.

Ik heb nog een bewijs hierbij te voegen ter gunste der meening, dat de slijmligchaampjes ontijdig, vóór hunne volkomene ontwikkeling, afgestooten bestanddeelen zijn. Zonder twijfel kan eene toevallig en plotseling te weeg gebragte overstrooming der klier even goed de op hare binnenste oppervlakte vastzittende cellen met geweld daarvan losmaken, als eene uitzweeting op de oppervlakte der huid het epithelium er afvaagt en dit wegspoelt. Hoe sneller de uitzweetingen in de klieren elkander opvolgen , des te verder zijn de telkens zich hernieuwende cellen van den eindpaal harer ontwikkeling verwijderd, en het zou langen tijd kunnen duren , eer het eene cel gelukte dien eindpaal te bereiken, om het even of zij tot opperhuid moest worden of in het einde van zelve weder moest oplossen. Het moet de aandacht trekken, dat de slijmligchaampjes alleen in die secreta voorkomen, welke wij niet anders dan bij buitengewone aanleiding, op uitwendige prikkels, vloeibaar of in merkbare hoeveelheid te zien krijgen (tranen, speeksel, zweet, slijmsap) , maar niet in het secretum der nieren, dat ook zonder congestie verwekkende oorzaken steeds rijk aan water is. Het is waar dat de endogene cellen der nieren, wier kern door azijnzuur niet splijt, moeijelijk van de fijnere epitheliumcellen der piswegen te onderscheiden zijn.

Door herhaalde uitwendige prikkels, door elke manier van kunstmatige aanzetting der afscheiding, kan de werkzaamheid eener klier blijvend versterkt, zij kan geoefend en dus tot gewoonte worden. Dit heeft ten deele zijnen grond óf enkel in de tot ge-

Sluiten