Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deze het middelpunt van het bestaan Tan een geheel organisme. En toch ontbreekt het zelfs hier niet aan verbindende overgangsvormen. De melkklier sluit zich van den eenen kant aan de kiembereidende klieren aan, daar zij stoffen voor de voeding der pasgeborenen levert; aan den anderen kant is zij een onmisbaar lid in de keten van organen, aan welke het behoud der normale bloedmenging tot taak is gesteld.

Naar haar nut kan men de klieren in de volgende afdeelingen brengen, omtrent welke men, gelijk reeds gezegd is, niet zal kunnen bewijzen, dat zij streng van elkander zijn afgescheiden.

1J. De eigenlijke collutoria, zuiverings-organen van het bloed. Het zijn die, welke specifieke stoffen uit het bloed aantrekken, alleen om ze uit het ligchaam te verwijderen, stoffen, welke het bloed tot voeding der organen ongeschikt zouden maken. Ik reken daartoe de nieren en , als afscheidings-orgaan van het koolzuur, de longen.

2°. Klieren, welke specifieke stoffen uit het bloed verwijderen , doch niet alleen om het bloed er van te bevrijden, maar om er verder in de dierlijke huishouding partij van te trekken. Het is mogelijk, dat de lever in deze afdeeling eene plaats moet innemen; ondertusschen is haar aandeel aan de bereiding van den chylus niet bewezen. (1) In elk geval behooren de melkklieren hier ter plaatse.

5°. Klieren , die eene specifieke stof leveren, en deze tot bepaalde doeleinden aanwenden, zonder daardoor meer invloed op de bloedmenging uit te oefenen, dan elk ander orgaan: smeerklieren, Meiboomsche klieren en oorsmeerklieren, verder de klieren, die het maagsap afzonderen. Het specifieke secretum schijnt zich bij de laatste pas binnen in de klier uit de indifferente stoffen van het bloed te vormen. De onderdrukking der afzondering brengt onmiddelijk geen merkbare verandering yan het bloed te weeg.

4°. De klieren, welke ik lot deze klasse wil brengen, eenvoudige en zaamgestelde slijmklieren, traan- en speekselklieren, pankreas en zweetklieren, zullen welligt ten deele naar de vorige

(1) J. Müller's Phys. I, [ag. 554.

Sluiten