Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

moet zuur reageren en uit hersenl'ragmenten, bloedligchaampjes, vetkogeltjes en een weinig amorph, geel pigment bestaan. De primaire gele verweeking beschouwt men als van de secundaire wezenlijk onderscheiden.

a) De primaire gele verweeking komt, als zelfstandig ziekteproces, in tamelijk scherp begrensde, rondachtige punten voor; meestal is er slechts één voorhanden, dat de grootte van een hoenderei niet te boven gaat, en dat, noch inwendig noch in den omtrek vaatopspuiting of roode kleur, slechts in enkele gevallen, eene gespikkelde of gestreepte roodheid door kleine extravasaten vertoont. De zitplaats dezer verweeking is voornamelijk in de groote, daarna in de kleine hersenen (hoogst zelden in het ruggemerg), gewoonlijk in de mergzelfstandigheid en zeldzaam in de aschgraauwe (die ligter door secundaire gele verweeking aangetast wordt). Nimmer schijnt deze verweeking eene reactive ontsteking in den omtrek te veroorzaken. — Engel meent dat men de primaire gele verweeking wel altijd van eene stremming des bloeds binnen de vaten der hersenen kan alleiden, die nu eens van de grootere slagaderen uitgaat en zich niet tot in de haarvaten voortzet, in welke echter de bloedsomloop toch wordt opgeheven (hasse), dan eens, en wel in de eerste plaats en hoofdzakelijk, in de haarvaten plaats heeft en zich van uit deze nog een eind weegs in de grootere vaten voortzet. Dien ten gevolge zou de gele verweeking volkomen gelijk staan met de necrosis van andere weefsels en is de verweekte plaats eene massa, die zich in den toestand van chemische ontmenging bevindt. Maar verder is de bloedstremming, die de gele verweeking na zich sleept, volgens engel , een verschijnsel der plotselijk intredende verlamming van sommige hersendeelen, en als zoodanig komt zij bij overigens gezonde hersenen voor, na hevige, onmiddellijke of middellijke prikkeling, of zij wordt gedurende langen tijd voorbereid, ontwikkelt zich langzaam, en heeft dan eene minder hevige opwekking 1100dig, om geheel tot stand te komen. Op deze laatste wijze ontwikkelt zich de verweeking bij die vormen van hersenatrophie, die het gevolg zijn van verbeening der grootere of der capillaire bloedvaten.

è) De secundaire gele verweeking omringt, in den vorm vaneenen kring, ontstekingen, apoplectische punten, abscessen, ziekelijke gewrochten, zoowel in de hersenen als in het ruggemerg. Bij ontstekingen wordt zij ook wel in het ontstoken weefsel aangetroffen, door dat zij de hersenzelfstandigheid aantast, die binnen den omtrek van uitgebreide ontstekingen was gespaard gebleven. Ook heeft men haar bij acuten hydrocephalus, in den omtrek der hersenholten , aangetroffen. Bij apoplectisch aangedane punten voorkomende, omringt zij dezelve niet dadelijk, maar is er gewoonlijk door eenen kring van ontsteking en roode verweeking van gescheiden. — Volgens engel, schijnt deze verweeking eene oplossing der bloedledige hersenmassa door uitgestorte bloedwei of exsudaat te zijn, of zich insgelijks, als eigenlijke necrosis, door bloedstremming in de haarvaten te vormen.

Rokitansky beschouwt het aannemen eener ontsteking, ter verklaring van do gele verweeking, als volstrekt ongepast, dewijl men nimmer ontstekings-

Sluiten