Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verschijnselen en ontstekingsproducten bij dezelve aantreft. Hij vermoedt veeleer, dat zij op een pathologisch chemisch proces berust en in het vrij worden van een zuur, dat de neurine oplost (phosphorzuur of een der vetzuren), even als de maagverweeking, bestaat. Volgens hem hangt ook de gele kleur niet van etter of bloedligchaampjes af, noch ook alleen van het amorphe gele pigment (ontkleurd bloed). De verweeking der hersenzelfstandigheid door het vrijgeworden zuur, zou echter hoofdzakelijk, door de verstopping der vaten en de opheffing van den bloedsomloop in eenig deel der hersenen, mogelijk gemaakt worden. Buitendien zou ook onder sommige omstandigheden de aanraking der hersenmassa met een bloedextravasaat, in verschillende metamorphosen verkeerende, en met ontstekingsproducten, aanleiding tot het ontstaan der gele verweeking kunnen geven.

fi Bloedvloeijlngen. Haemorrliaglè'n.

Bloedvloeij ingen (I. bi. 102) kunnen slechts ten gevolge van verscheuring van bloedvaten (inzonderheid van haarvaten) tot stand komen, en zijn verschijnselen van zeer vele en zeer verschillende toestanden. Eene veelvuldige oorzaak, vooral van aanzienlijke bloedstortingen, leveren verzweringsprocessen op (b. v. bij maag- en darm-, zeldzamer bij longbloedingen), inzonderheid, wanneer zij zich snel uitbreiden, zoo dat er geene sluiting der vaten tot stand komen kan; verder worden bloedingen (b. v. in de longen) in vele gevallen door snel opkomende en uitgestrekte, vooral mechanische stases (I. bi. 62) veroorzaakt; ook worden zij dikwijls door ziekten der vaatwanden en der omringende deelen (b. v. bij hersenbloedingen) bedongen. Naar de grootte der verscheurde vaten, neemt men eene haemorrhagia vascularis en capillaris aan, en teil opzigte der plaats, waar het bloed zich uitstort, onderscheidt men: bloedingen in opene en geslotene holten, in het parenchyma van een orgaan en in een pathologisch voortbrengsel.

1) Pareuchymatense bloedingen.

Deze bloedvloeiingen (I. bl. 103), ook interstitiële bloedingen of apoplexiën, in eene ruimere beteekenis genoemd, kunnen wel is waar in alle weefsels voorkomen, maar worden toch bij voorkeur in de hersenen (apoplexie in naauweren zin) en in vaatrijke afscheidingswerktuigen aangetroffen. Waar de hoeveelheid van bet uitgestorte bloed en den toestand van het weefsel daarbij, onderscheidt men de capillaire apoplexie (fijn gestippelde uitstorting), den bloedigen infarctus (infiltratie van bloed, zonder verscheuring van het weefsel) en de apoplectische holte (met vernieling van het weefsel). Deze laatste wordt dikwijls door eene eeltachtige verdigting van den omtrek (ten gevolge eener reactive ontsteking en fibrineuse uitzweeting) in eene apoplectische cyste veranderd, die verder door opslorping van den inhoud en zamenvalling der wanden, in het apoplectisch likteeken overgaat. —

3 *

Sluiten