Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tche holte bevindt zich bloed met verbrijzelde en gekneusde hersenzelfstandigheid vermengd, rondom is de zelfstandigheid, die den wand der holte vormt, met bloed doortrokken, rood, in eenen weeken, zeer vochtigen brij ontaard, ook vindt men wel vlokkige lappen derzelve in de holte verspreid. Groote holten doorboren somtijds de naburige hersenmassa en ontlasten haren inhoud in de hersenholten, of in het weefsel der pia mater, of tusschen deze en de arachnoidea.— Het uitgestorte bloed, welks hoeveelheid met de grootte der holte overeenkomt en tot 10 oneen bedragen kan, vindt men in pas gevormde holten zuiver of met deelen der gekneusde hersenzelfstandigheid vermengd. Het stelt nu een gelijkvormig, dik, zwartroodachtig magma daar, dan bestaat het uit een vloeibaar gedeelte en klompachtige stremsels van verschillende consistentie; somtijds is het tot eene, de holte geheel aanvullende placenta gestremd, menigmaal scheidt het zich daarentegen in eenen vasten koek en wei. Buitendien scheidt zich de vezelstof in stremsels van verschillende gedaante af, en vormt somtijds peripherische, de placenta en de wei insluitende, of klompvormige, centrale, in het midden der placenta zittende stremsels, die de genezing belemmeren, voor zoo ver zij de opslorping en de gedaanteveranderingen van het exsudaat tegenhouden. Zulke peripherische en centrale vezelstofstremsels bevinden zich ondertusschen slechts in groote holten. — De hersenen lijden, bij de recente apoplexie, behalve door de verwoesting van het weefsel in de holte zelve, ook nog door de opligting en zwelling (somtijds met vochtgolving), door het uitgestorte bloed te weeg gebragt, en dien ten gevolge veroorzaakte spanning en drukking deiomringende hersenzelfstandigheid.

Uitgangen en gevolgen. Wanneer de apoplexie niet spoedig na haar ontstaan den dood veroorzaakt, dan ondergaat het uitgestorte bloed, alsmede het weefsel rondom de holte, gedaanteverwisselingen, die menigmaal tot genezing, somtijds echter tot den dood kunnen leiden, ook ondergaan de hersenen in het algemeen velerlei schadelijke gevolgen van deze metamorphosen. — Het extra va sa at wordt ontkleurd en verbleekt, daar het eerst van zwartachtig rood donkerbruin, daarna roestkleurig, wijnmoer- of stroogeel wordt en eindelijk eene kleurlooze, heldere of troebele vloeistof daarstelt. Daarbij wordt tevens het extravasaat dunner vloeibaar, door oplossing der hersenfragmenten, der bloed- en vezelstofstremsels en der bloedligchaampjes. De zoo gevormde vloeistof bevat talrijke elementairkorreltjes, geel, amorph pigment en kleine, prismatische, oranjekleurige kristallen (I. hl. 104).— De omtrek der apoplexie ondergaat (even als bij ahscessen) de volgende veranderingen: eerst wordt de vlokkige, gekneusde, in de apoplectische holte afhangende hersenzelfstandigheid opgelost, zoodat de binnenvlakte der holte daardoor gelijker wordt en de holte zelve eene meer regelmatige, ronde gedaante verkrijgt. — Nu ontwikkelt zich in de naast oingelegene. ongeschondene zelfstandigheid eene reactive ontsteking (I. hl. 403), wier voortbrengselen, naarmate van den graad der ontsteking, fibrineus, etterig of weiachtig van aard zijn en zoowel verweeking en verettering, als celachtige en eeltige verdigting na zich kunnen sle-

Sluiten