Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

uteri komt door zeer verschillende oorzaken tot sland. liet meest komt zij in den vorm van infarctus. of van eene apoplectische holte, bij oude vrouwen voor (apoplexia vetularum), in de jaren van teruggang, ten gevolge van groote losheid, murwheid (marciditeit) en verscheurbaarheid van het weefsel, bij groote rigiditeit deivaten. Deze apoplexie, die voornamelijk in den bodem der baarmoeder gezeteld is, kan echter, bij verlamming der spiervezelen, na een uitputtend kraambed en slijmvloeijingen intreden. — Andere oorzaken der baarmoederapoplexie zijn: mechanische (bij harten longziekten), passive (bij scorbut, typhus) en ontstekingachtige stases. — Ten gevolge van langzame moeijelijke verlossingen, ontstaat er somtijds eene bloeduitstorting in het onderste gedeelte der baarmoeder (hals- en scheedegedeelte), waarbij zich het weefsel donkerrood, van bloed doortrokken, verslapt, verlamd vertoont.

7) Ovariumapoplexie.

Men vindt zeer dikwijls eene uitstorting van bloed in de holte der peripherisch gelegene, GRAFiAAPt'sche blaasjes, en beschouwt dezelve als een pathologisch verschijnsel, als het gevolg eener bovenmatig gestegen menstruale congestie. Maar waarschijnlijk is deze bloedvloeijing het gevolg eener physiologische verrigting, namelijk van de bersting van een blaasje en het overgaan van een eitje in de tuba gedurende de menstruatie. — De aangedane, met uitgestort bloed gevulde blaasjes zijn aanvankelijk vast gespannen, ter grootte van erwten tot hazelnoten, en boven de oppervlakte van het ovarium uitpuilende; later vallen zij zamen en bevatten bloed- en vezelstofstremsels, die zich allengs ontkleuren (in het roestbruine en wijnmoergele), brijachtig vervloeijen en opgeslorpt worden, of als eene geelachtige, vette, krijtachtige, weeke massa achterblijven. De geheele blaas schrompelt hierbij met een overblijvend spoor van het peripherische vezelstofstremsel en van zijn geel beslag ineen, en stelt eigenlijk een corpus luteum daar.

g) Apoplexie der placenta.

Uitstortingen van bloed in het weefsel der placenta, die ongetwijfeld de veelvuldigste oorzaken van abortus en van baarmoederbloedingen bij zwangeren zijn, hebben hare zitplaats, nu eens aan den uterinaalwand, dan eens in de diepte van den moederkoek en stellen infarctus of apoplectische holte daar. Zonder twijfel ontstaan zij gewoonlijk door verscheuring der baarmoederlijke bloedvaten, en zijn meestal (wanneer men namelijk de uitwendige invloeden, zoo als centrale of gereflecteerde schuddingen enz., daarlaat) de gevolgen van mechanische stases (bij krampachtige zamentrekking der baarmoeder, belemmeringen van den bloedsomloop in het hart, der longen enz.); ook zullen zij door passive en ontstekingachtige stasis veroorzaakt kunnen worden.

Sluiten