Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aderstclscl, de zwelling der milt, der haemorrhoïdaaladereii, de hyperaemie van maag en darmkanaal, de ascites, de somtijds waargenomen collaterale bloedsomloop in de buikbekleedselen, als ook de steeds mislukte proeven tot injectie.

Volgens rokitaksky ontwikkelt zich deze atrophie niet altijd uit een en hetzelfde ziekteproces, en wél zijn er bepaaldelijk twee wezenlijke, oorspronkelijke anomaliën, uit welke zich de korrelige lever als secundaire metamorphose ontwikkelt. In het eene geval, doet zich eeu ziekelijke toestand van het capillaire galvaatstelsel, als oorzaak voor; hier wordt, ten gevolge van den stilstand eener overmatig aanwezige afscheidingsstaf', hoogstwaarschijnlijk met gelijktijdige verdikking van de wanden der galvaten, eene muskaatnootlever gevormd, waarbij de galvaten de capillaire bloedvaattakken [yasa interlobularia) verdringen en eindelijk , door derzelver sluiting en verschrompeling, de bekende calleuse ontaarding en korrelvorming veroorzaken. De granulatiën zijn in dit geval aanvankelijk muskaatnootachtig, later gal- en vethoudend (de eigenlijke levercirrhose van corrigan, bij dronkaards menigvuldig). In het tweede geval, bestaat de oorspronkelijke ziekte der lever in eene chronische ontsteking. Deze brengt eene langzame verwoesting der na elkander aangetaste kwabjes of grootere kwabben te weeg, en verandering derzelve in een celachtig-vezelig weefsel, waar tusschen het niet verwoeste parenchyma in normalen of ontstoken toestand wordt aangetroffen, maar later op onderscheidene wijzen ineen schrompelt, zich ontkleurt en eindelijk ook verdorren kan. Deze atrophische lever vergroeit door pseudoligamenten met den omtrek. — Somtijds mag de atrophie en korrelige ontaarding der lever ook wel door metamorphosen van geïnfiltreerde stoffen (vet, spekachtige massa) tot stand komen. — In elk geval is de atrophie een secundaire toestand, en moet de korrelige ontaarding aanvankelijk ook zonder \ermindering van omvang kunnen bestaan.

De korrelige lever komt het meest tusschen het 40ste en 50ste levensjaar, inzonderheid bij brandewijndrinkers voor. Zij heeft een zeer chronisch (soms jaren lang durend) beloop, en is veelal met hartziekten en nierontaardingen verbonden; zij gaat steeds met stasis in het poortaderstelsel en aanzwelling der milt gepaard, sleept naderhand ascites (aanvankelijk zonder oedeem der beenen) en icterus na zich, en brengt vroeger door pneumonie of oedeem der longen, of later door anaemie en met hydrops verbonden tabes, den dood te weeg.

Volgens engel komt er eene atrophie met bultige oppervlakte der lever voor, die van de korrelige lever daarin onderscheiden :s, dat er geen nieuw eeltachtig weefsel in het parenchyma wordt gevormd. Deze atrophie neemt men dikwijls waar hij tuberkellijders, leverkanker, bij hoogbejaarden, dronkaards, zonder dat men over haar ontstaan meer dan eenig vermoeden kan opperen. De lever is verkleind, hare randen zijn zoodanig versmolten, dat zij zich dikwijls ingekorven vertoonen, en op*omniige plaatsen door eenen breederen of smalleien zoom van het buikvliesbekleedsel vervangen worden. De leveroppervlakte is bultig, oneven en vertoont verdorde vaatvertakkingen; het weefsel is in liet oogvallend droog, hard en bloedledig. De doorsnede biedt eene grove, gele of bruine korrel aan; waar de korrels

Sluiten